Vooraanstaande leden van de oppositie in Burundi zijn ondergedoken na de moord op oppositieleider Zedi Feruzi zaterdag

Politici, journalisten en burgeractivisten voelen zich niet veilig meer nadat de politicus en een lijfwacht zaterdagavond in de hoofdstad Bujumbura werden doodgeschoten. 

Dat heeft een andere oppositiefiguur, Agathon Rwasa, zondag gezegd. 

"Iedereen die tegen president Pierre Nkurunziza is, loopt gevaar", zegt Rwasa. "Her en der worden mensen vermoord." 

Minstens twintig mensen zijn al omgekomen en meer dan vierhonderd gewond geraakt bij straatprotesten in Bujumbua, sinds vier weken geleden bekend werd gemaakt dat Nkurunziza in de verkiezingen van 26 juni herkiesbaar is voor een derde termijn.

In de Burundese grondwet staat dat de president maar twee keer achtereen kan worden gekozen, maar Nkurunziza en zijn aanhangers zeggen dat Nkurunziza's eerste termijn niet meetelt omdat hij in 2005 niet werd gekozen, maar werd aangewezen door het parlement. 

Vluchtelingen

Zo'n tweehonderdduizend Burundezen zijn uit vrees voor politiek geweld in de aanloop naar de verkiezingen gevlucht naar omringende landen. De spanningen zijn verscherpt na een mislukte poging tot staatsgreep van een generaal op 13 mei. Loyale legereenheden sloegen de couppoging neer.

Ondertussen zijn vier onafhankelijke radiozenders en een televisiestation aangevallen met handgranaten. Voor veel Burundezen in de hoofdstad zijn de staatsmedia nog de enige informatiebron. Journalisten die getuige waren van de aanvallen zeggen dat die werden uitgevoerd door politieagenten en leden van de geheime dienst.