Amnesty noemt Aleppo 'hel op aarde'

Inwoners van Aleppo worden volgens een alarmerend onderzoeksrapport van Amnesty International dag in, dag uit slachtoffer van oorlogsmisdaden.

Vooral door het gebruik van onnauwkeurige, geïmproviseerde wapens door het leger en rebellengroepen vallen veel doden. De bevolking van de tweede stad van Syrië wordt geteisterd door ''pure terreur en ondraaglijk lijden'', omschrijft Amnesty de situatie.

Het leger van president Bashar al-Assad pleegt volgens de onderzoekers steeds meer aanvallen met zogeheten vatbommen, stalen vaten die zijn gevuld met schroot, explosieven en brandstof. In en rond Aleppo zouden afgelopen jaar 3000 doden zijn gevallen door het gebruik van dit soort oorlogstuig.

Rebellen schieten op hun beurt terug met volstrekt onnauwkeurige geïmproviseerde wapens van eigen makelij. Die zogenoemde 'hellekanonnen' worden gericht op buurten waar de overheid de dienst uitmaakt en zaaien daar dood en verderf. Amnesty constateert dat hierdoor vorig jaar minstens zeshonderd burgers zijn gedood.

Martelen

''Je voelt je nooit veilig'', vatte een gevluchte inwoner de situatie in zijn stad samen tegenover de onderzoekers. ''Je kunt elk moment worden geraakt.'' Voor het onderzoek sprak Amnesty onder meer met ruim honderd inwoners en hulpverleners. Ook verzamelden ze beeldmateriaal uit het oorlogsgebied en spraken ze met lokale organisaties.

Los van de bombardementen beschuldigt Amnesty de strijdende partijen van ontvoeringen en verdwijningen. Ook het martelen van gevangenen is volgens de organisatie wijdverbreid in Aleppo.

Alle berichten over Syrië

 

Lees meer over:
Tip de redactie