De handelscheepvaart kan het groeiend aantal bootvluchtelingen op de Middellandse Zee niet meer aan. Internationale reders in de scheepvaart roepen de Europese regeringsleiders op het reddingswerk over te nemen.

Volgens de internationale reders en vakbonden moeten de leiders speciaal uitgeruste schepen of marineschepen in zetten om het reddingswerk over te nemen.

Steeds vaker moeten koopvaardijschepen vluchtelingen redden op zee, soms wel honderden per keer. Schepen en bemanning zijn hier niet op toegerust en de risico’s zijn groot, aldus de organisaties, waaronder de Nederlandse redersvereniging KVNR.

Zij vrezen onder meer ziektes en besmettingen. Ook groeit de angst dat terroristen zich mengen onder de vluchtelingen om Europa binnen te komen. Daarnaast zijn er economische redenen om aan de bel te trekken omdat schepen steeds van hun route moeten afwijken.

Uit cijfers van de VN blijkt dat ongeveer 207.000 vluchtelingen afgelopen jaar hebben geprobeerd Europa te bereiken door de Middellandse Zee over te steken op schepen. Velen zijn op de vlucht voor conflicten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Redding

Bij de gevaarlijke overtochten verdrinken veel mensen. Vaak zitten ze op gammele schepen of worden ze midden op zee door de mensensmokkelaars en bemanningsleden aan hun lot overgelaten. De bemanning van koopvaardijschepen is wettelijk verplicht hen te redden.

Ook op Nederlandse schepen wordt steeds vaker een beroep gedaan om hulp te bieden aan in nood verkerende schepen, aldus de KVNR. Zo pikte de Erasmusgracht in december vorig jaar bijna 400 vluchtelingen op en de Abis Albufeira in oktober ruim 170 vluchtelingen.

Behalve de gezondheids- en veiligheidsrisico’s die de redders lopen, kost het reddingswerk veel geld. Het afwijken van de route kost duizenden euro’s per dag, becijfert de KVNR. Dat is afgezien van onder meer boeteclausules door te laat afgeleverde lading en extra kosten voor stookolie, eveneens duizenden euro’s.