In 2014 werd de doodstraf wereldwijd veel vaker opgelegd dan een jaar eerder. Vorig jaar werden in totaal 2.466 doodvonnissen geregistreerd, terwijl de teller in 2013 nog op 1.925 stond. 

Dat concludeert mensenrechtenorganisatie Amnesty International in zijn jaarlijkse overzicht van de doodstraf wereldwijd. 

De stijging is voor een belangrijk deel te wijten aan Egypte en Nigeria. In Egypte spraken rechtbanken bijvoorbeeld 509 doodvonnissen uit in 2014; 400 meer dan in 2013. Het land treedt hard op tegen leden van de verboden Moslim Broederschap. 

In Nigeria, waar het leger strijdt tegen terreurgroep Boko Haram, werden 659 doodvonnissen geregistreerd in 2014, tegenover 141 in 2013. Zeker zeventig soldaten kregen in Nigeria de doodstraf wegens muiterij. 

Hoewel de doodstraf vaker werd opgelegd, werden minder mensen daadwerkelijk geëxecuteerd. In 22 landen werden 607 mensen geëxecuteerd, tegenover 778 in 2013.

China

China is in het totaalcijfer niet meegenomen, hoewel het land volgens Amnesty opnieuw meer mensen executeerde dan de rest van de wereld samen. "Amnesty International gelooft dat ieder jaar duizenden ter dood veroordeeld en geëxecuteerd worden, maar omdat de cijfers staatsgeheim zijn, is het exacte aantal onmogelijk te bepalen", meldt het rapport.  

China legde in 2014 veel doodstraffen op in de strijd tegen extremisten in de autonome regio Xinjiang.

Iran

Iran, Saudi-Arabië en Irak voerden in 2014 ook weer veel doodstraffen uit; respectievelijk minstens 289, 90 en 61. De Verenigde Staten executeerden in totaal 35 mensen. Slechts zeven Amerikaanse staten voerden in 2014 de doodstraf in de praktijk uit. 

Volgens Amnesty gebruikte "een alarmerend aantal landen" de doodstraf in 2014 om "echte of vermeende bedreiging van de staatsveiligheid" aan te pakken. Vooral China, Pakistan, Iran en Irak executeerden verdachten op beschuldiging van 'terrorisme'.