De uitbraak van de dodelijke ziekte ebola is verergerd doordat de regeringen van de drie zwaarst getroffen West-Afrikaanse landen en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanvankelijk niet reageerden op oproepen van hulpverleners.

Dat schrijft Artsen zonder Grenzen (AzG) in een maandag verschenen rapport.

Volgens internationaal voorzitter Joanne Liu van de hulporganisatie heeft de ebola-epidemie "de inefficiënte en trage reactie op noodsituaties" blootgelegd.

De epidemie die ruim een jaar geleden waarschijnlijk begon met de dood van een kleuter in Guinee, heeft inmiddels aan meer dan 10.000 mensen het leven gekost. Vrijwel alle slachtoffers vielen in Guinee, Liberia en Sierra Leone.

Het rapport van AzG is gebaseerd op interviews met hulpverleners van de organisatie. Het afgelopen jaar heeft zij ruim dertienhonderd buitenlandse en vierduizend lokale hulpverleners ingezet die samen ongeveer vijfduizend ebolapatiënten hebben verzorgd.

Passiviteit

Door de aanvankelijke wereldwijde passiviteit moest AzG soms keuzes maken die tot verdere verspreiding van ebola leidden. Eind augustus werd de AzG-kliniek in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia overspoeld door patiënten.

Hulpverleners moesten doodzieke mensen aan de poort weigeren, al wisten ze dat daardoor andere mensen met de ziekte zouden worden besmet.

Ook steekt de organisatie de hand in eigen boezem. Binnen AzG was er een kleine groep ebola-experts en het zou beter zijn geweest eerder meer hulpverleners te mobiliseren. Door de omvang van de epidemie en de zwakke reactie van de internationale gemeenschap zagen AzG-teams zich gedwongen kwalitatief minder goede zorg te leveren.

Een jaar ebola: vrees voor verslappen aandacht groeit

Dossier ebola