Een voormalig Tsjetsjeense politieofficier die heeft bekend verantwoordelijk te zijn voor de moord op de Russische oppositieleider Boris Nemtsov, zou dat hebben gedaan nadat hij door agenten werd gemarteld.

Dat zegt een lid van de Mensenrechtenraad van het Kremlin woensdag tegen persbureau AFP.

"Er zijn redenen om aan te nemen van Zaur D. onder dwang heeft bekend", aldus Andrei Babushkin. D. zou "meerdere wonden" op zijn lichaam hebben. Babushkin bezocht de verdachten dinsdag in hun cel in Moskou. Ook twee anderen verdachten zouden volgens hem onder meer schaafwonden hebben.

D. werd een week geleden gearresteerd.  Een vriend en oud-collega zou de arrestatie hebben gezien en is sindsdien spoorloos. Dadajev zou hebben verklaard dat hij Nemtsov heeft vermoord. In ruil voor die bekentenis zou de vriend worden vrijgelaten, aldus Baboesjkin. 

Nemtsov werd op 27 februari doodgeschoten in Moskou.

Tsjetsjenië

Naast D. zitten nog vier verdachten vast. Tegen drie van hen is nog geen aanklacht geformuleerd. Allen zijn afkomstig uit de autonome regio Tsjetsjenië, waar separatisten vaker aanslagen pleegden. Volgens Ramzan Kadirov, plaatsvervangend president van de republiek, had D. "religieuze motieven" voor de moord. 

Nemtsov was fel tegenstander van het Oekraïnebeleid van president Vladimir Poetin. Hij zou werken aan een rapport dat aantoonde dat Rusland wel degelijk betrokken was bij de oorlog in het buurland. Critici denken dan ook dat de Russische president iets met de moord te maken heeft.