Afgelopen week hebben 533 nabestaanden van 151 slachtoffers van de ramp met vlucht MH17 de wrakstukken van de Boeing 777-200 van Malaysia Airlines bekeken. 

Onder hen was een aantal nabestaanden van slachtoffers uit andere landen. Dat heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid zaterdag bekendgemaakt.

De mensen kregen in groepen een rondleiding door de hangaar. Op luchtmachtbasis Gilze-Rijen werden de nabestaanden rondgeleid op de drie locaties waar zich wrakstukken bevinden: de hangaar waar het onderzoek plaatsvindt en de twee plekken waar de overige wrakstukken zijn opgeslagen.

''Vrijwel alle nabestaanden waren blij met de mogelijkheid die geboden werd om de wrakstukken te bezoeken. Om de stukken in realiteit te zien, is dan toch belangrijk'', aldus voorzitter Tjibbe Joustra van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Nu de bezoeken zijn afgerond, kan de reconstructie van een deel van het vliegtuig beginnen. Zo wordt de cockpit en een deel van de business class weer in elkaar gezet.

Toedracht

De Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoekt de toedracht van de ramp. De wrakstukken moeten hier meer duidelijkheid over brengen. De restanten kwamen in december aan op de vliegbasis. Daar zijn ze gecontroleerd, gefotografeerd en gesorteerd op hoe belangrijk ze zijn voor het onderzoek.

Een team van internationale luchtvaartonderzoekers heeft vorige maand onderzoek gedaan bij de wrakstukken. Er is onder meer gekeken naar inslagpatronen en onderzoek gedaan naar breukvlakken.

Vlucht MH17 stortte op 17 juli neer in Oost-Oekraïne. Alle 298 inzittenden kwamen om het leven, onder wie 196 Nederlanders. Het toestel vloog over oorlogsgebied en is waarschijnlijk uit de lucht geschoten.