De politieman die in augustus in het Amerikaanse Ferguson de ongewapende zwarte tiener Michael Brown doodschoot, heeft de burgerrechten van het slachtoffer niet geschonden.

Dat is de conclusie van het Amerikaanse ministerie van Justitie na maanden onderzoek, aldus Amerikaanse media woensdag.

Eerder concludeerde een grand jury in de staat Missouri dat de politieman Darren Wilson geen misdrijf beging toen hij Brown doodschoot. Dat besluit leidde tot hevige rellen in Ferguson en protesten in heel de Verenigde Staten.

Volgens het Openbaar Ministerie is er geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de agent dat hij voor zijn leven vreesde en zich daarom genoodzaakt zag Brown neer te schieten. Het slachtoffer zou de agent in het gelaat hebben geslagen en in de daaropvolgende worsteling hebben geprobeerd zijn dienstwapen te grijpen.

Ook is er geen bewijs voor de bewering dat Brown zijn handen omhoog had toen hij werd neergeschoten. 

Rechten

Dinsdag bleek uit onderzoek van het ministerie dat het politiekorps van Ferguson stelselmatig de grondwettelijke rechten van de zwarte inwoners heeft geschonden. Politieagenten hebben jarenlang buitensporig geweld tegen zwarten gebruikt.