Hillary Clinton heeft in de vier jaar waarin ze minister van Buitenlandse Zaken was uitsluitend haar persoonlijke e-mailadres gebruikt in plaats van een officieel adres van de Amerikaanse overheid. 

Daardoor viel haar correspondentie tot twee maanden geleden niet na te gaan in de archieven van het ministerie, meldde The New York Times dinsdag.

Correspondentie van ministers moet volgens de Amerikaanse wet worden gearchiveerd, zodat bijvoorbeeld Congresleden, historici en journalisten ze kunnen raadplegen.

Documenten die staatsgeheimen bevatten hoeven weliswaar niet direct openbaar te worden, maar moeten wel aanwezig zijn. Het gebruik van een persoonlijk e-mailadres brengt bovendien veiligheidsrisico's met zich mee.

Pakket

Medewerkers van Clinton hebben volgens de krant twee maanden geleden een pakket van zo'n 55.000 pagina's aan e-mail alsnog overgedragen aan het ministerie. Dat gebeurde nadat het ministerie het initiatief had genomen om alsnog aan de regels te voldoen. Het is volgens de krant echter niet duidelijk of dit daadwerkelijk alle werkgerelateerde e-mails zijn.

Dat Clinton alleen een privaat e-mailadres gebruikte, kwam aan het licht door onderzoek van een commissie van het Huis van Afgevaardigden.

De commissie wilde Clintons correspondentie over de dodelijke aanval op het Amerikaanse consulaat in de Libische stad Benghazi van 2012 tegen het licht houden, maar kon nergens e-mails vinden.