De Surinaamse krijgsraad heeft maandag de behandeling van de zaak van de Decembermoorden opnieuw een jaar uitgesteld. 

Toch blijven de nabestaanden van de slachtoffers hoop houden dat de verdachten van de 8 decembermoorden, onder wie de huidige president Desi Bouterse, ooit in Suriname berecht worden.

Al in mei 2012 schorste de krijgsraad het 8 decemberproces voor alle verdachten. Aanleiding daarvoor was de aanname van de amnestiewet door het Surinaamse parlement. Deze wet regelt dat alle verdachten van de moord op vijftien Surinaamse intellectuelen in december 1982, vrijuit gaan.

De krijgsraad kan pas weer verder gaan met de zaak als het constitutioneel hof een uitspraak doet of de amnestiewet in strijd is met de Surinaamse grondwet.

In beroep

Een van de verdachten, Edgar Ritfeld, ging januari 2014 met succes tegen de schorsing in beroep. Hij wilde geen amnestie, maar vrijspraak zodat zijn naam niet besmet zou zijn. Ondanks de toekenning van zijn beroep besliste de krijgsraad maandag dat de zaak Ritfeld niet los gezien kan worden van de zaak van de andere verdachten en schorste opnieuw.

Hoewel de zaak nu strafrechtelijk voor een jaar in een impasse zit, kan er toch eerder weer een wending komen, zegt de advocaat van de nabestaanden, Hugo Essed. ''Als er bij de verkiezingen op 25 mei een andere regering komt, kan die de amnestiewet intrekken. Ook zou het kunnen dat het constitutioneel hof, dat in oprichting is, aan het werk gaat en een uitspraak doet over de schorsing”, aldus een optimistische Essed.