Het Israëlische Holocaustmuseum Yad Vashem en de Nederlandse Stichting Sobibor die zijn betrokken bij de ontwikkeling van het museum voor het nazivernietigingskamp Sobibor in Polen, willen de bouwplannen opnieuw bekijken.

Dat meldt het nieuwsagentschap Jewish Telegraph (JTA) woensdag.

In 2013 werden de oude gaskamers van het vernietigingskamp door archeologen ontdekt, waardoor de initiatiefnemers van het museum vraagtekens zetten bij het ontwerp zoals dat er nu ligt. 

Archeologen hebben eerder al aangegeven dat de muur die een prominente rol speelt in het huidige ontwerp, te dicht langs de massagraven loopt.

De twee vooraanstaande partijen zijn het nu met deze kritiek eens. Nederland heeft bijna de helft van het geld voor het museum opgebracht, dat begroot is op 5 miljoen dollar. Yad Vashem en Stichting Sobibor zijn twee belangrijke instituten binnen de zogenoemde Sobibor Steering Committee, een internationaal forum van Israëlische en Europese Holocaustcentra.

Werkzaamheden

''De recente ontdekking van de resten van de gaskamer van Sobibor hebben een nieuwe dimensie toegevoegd aan het project waarover verder moet worden gediscussieerd'', aldus een woordvoerster van Yad Vashem.

Stichting Sobibor wil de zaak ook nader bekijken. ''De werkzaamheden moeten op zijn minst tijdelijk worden stilgelegd zodat we de nieuwe vondsten kunnen onderzoeken en kijken wat ze betekenen'', aldus bestuurslid Frank van der Elst tegen JTA.

De stichting heeft volgens voorzitter Maarten Eddes bovendien ''bepaalde bedenkingen bij het huidige ontwerp en is daarover in gesprek met de Poolse autoriteiten met het doel een compromisoplossing te vinden''.

In vernietigingskamp Sobibor werden tussen april 1942 en november 1943 naar schatting 170.000 Joden vermoord, onder wie 34.000 Nederlanders.