De handelswijze van tien agenten die openbaar aanklager Alberto Nisman moesten beschermen, wordt onderzocht in Argentinië. 

In het onderzoek wordt gekeken naar de tijd die twee agenten die voor de deur van Nisman stonden, nodig hadden om hun leidinggevenden op de hoogte te stellen toen er geen contact meer was met de aanklager.

Dat meldt AP.

De agenten worden niet verdacht van moord op Nisman. 

Nisman werd een dag voordat hij een vernietigend rapport over de regering zou publiceren, dood gevonden in zijn woning met een pistool naast zich.

De Argentijnse president Cristina Fernández de Kirchner gaat er van uit dat hij is vermoord. Volgens haar wilden de daders met de moord haar regering in diskrediet brengen. 

​Openbaar rapport

Bronnen rond het onderzoek spraken al snel van zelfmoord, maar vrijwel niemand gelooft dat. Al snel wezen beschuldigende vingers naar de regering. Dat gevoel werd versterkt toen het rapport van Nisman dinsdag alsnog openbaar werd. Daaruit bleek dat hij Kirchner en haar minister van Buitenlandse Zaken beschuldigde van een doofpotaffaire.

Ze zouden het onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid van Iran bij een bomaanslag op een Joodse instelling in Buenos Aires hebben tegengewerkt. Bij de aanslag in 1994 vielen 85 doden. De Argentijnse regering zou oliehandel met Iran echter belangrijker vinden dan gerechtigheid.

President Kirchner publiceerde donderdag een korte verklaring op haar website. Daarin schrijft ze dat de daders Nisman "gebruikten toen hij nog leefde en hem toen dood wilden hebben''. "De echte operatie tegen de regering was de dood van de aanklager."