De Saudische koning Abdullah, een trouw bondgenoot van de Verenigde Staten maar een taaie tegenstander van democratisering in zijn land en in het Midden-Oosten, is op 90-jarige leeftijd overleden.

Dat heeft de Saudische staatstelevisie vrijdag gemeld

De hoogbejaarde vorst trad in 2005 officieel aan. Hij gold echter al sinds het midden van de jaren negentig als de man die in Saudi-Arabië aan de touwtjes trok.

Abdullah voerde in het uiterst behoudende koninkrijk voorzichtig hervormingen door. De buitenwereld merkte ze nauwelijks op, maar in eigen land was dat wel anders.

Ultraconservatieve tradities

De maatregelen morrelden aan het gezag van de machtige moslimgeestelijkheid en aan de ultraconservatieve tradities van Saudi-Arabië. Zo was hij gastheer van een interreligieuze gedachtewisseling waaraan ook joden deelnamen, richtte hij de eerste gemengde Saudische universiteit op en beloofde hij vrouwen stemrecht in de gemeenteraadsverkiezingen van dit jaar. 

Maar ook de koning kan zich in Saudi-Arabië niet alles permitteren. Abdullah moest steeds het verbond onderhouden dat zijn familie heeft gesloten met de strenge wahabitische geestelijken, omdat het gezag van de monarchie op die alliantie rust.

Hij hield zich daarom bijvoorbeeld doof voor de roep van vrouwen om het recht op autorijden. Wel liet hij in de kranten enig debat over die kwestie toe en belette hij de uitvoering van een vonnis van tien zweepslagen voor een vrouw die het rijverbod aan haar laars had gelapt. 

Verdediger

In zijn buitenlandbeleid stelde Abdullah zich op als een geharnast verdediger van de status quo. Hij moest niets hebben van de revoluties van 2011 die samen de Arabische Lente zijn gaan heten. Met hand en tand verzette hij zich tegen de opstand van de bevolking tegen de soennitische kliek van koningen, emirs en sjeiks die al decennia in de Golfstaten de dienst uitmaakt. 

De koning deinsde er niet voor terug troepen te sturen naar buurland Bahrein om een opstand van de sjiitische meerderheid tegen de soennitische elite te helpen neerslaan. In eigen land gebruikte hij stok en wortel om de roep om verandering te smoren.

Abdullah drukte iedere vorm van oppositie onverwijld de kop in, maar investeerde ook miljarden in banen en voorzieningen. "Je zou hem de leider van de contra-Arabische Lente kunnen noemen", meent Midden-Oostendeskundige Ehsan Ahrari.

Steun VS

Al die tijd behield hij de steun, door dik en dun, van de Verenigde Staten. Washington beschouwt het bondgenootschap met Saudi-Arabië simpelweg als te belangrijk om op het spel te zetten. Abdullah keek de afgelopen tijd echter met argusogen naar de toenadering tussen de VS en zijn aartsvijand Iran.

Saudi-Arabië, de onbetwiste leider van de soennitische Golfstaten, waarschuwt al jaren dat zijn sjiitische rivaal uit is op atoomwapens en daarmee het machtsevenwicht in de regio zal verstoren. De VS susten hun Saudische bondgenoten tot dusver met grote wapenleveringen. 

Al-Qaeda

Washington en Riyad bonden na de aanslagen van 11 september 2001 samen de strijd aan met Al-Qaeda en zijn geestverwanten. Dat was niet eenvoudig voor Abdullah, die door veel Amerikanen gewantrouwd werd omdat zijn wahabitische bondgenoten veel denkbeelden met de moslimextremisten delen. De koning zette door, verjoeg al-Qaeda naar buurland Jemen en herwon zo de gunst van de Amerikanen. 

Abdullahs gezondheid verslechterde de afgelopen tijd zienderogen. Een paar jaar geleden moest hij enkele rugoperaties ondergaan. Eind december liep hij een longontsteking op en werd hij in een legerziekenhuis opgenomen. In het ziekenhuis werd hij beademd om zijn benauwdheid te verlichten. 

Troonopvolger

De troonopvolger is Abdullahs 79-jarige halfbroer Salman. Abdullah overleefde twee eerdere kroonprinsen. Het koningschap gaat in Saudi-Arabië niet over van vader op zoon, maar van broer op broer. Het koninkrijk is al decennia onder de hoede van een van de zonen van zijn oprichter en eerste vorst, Abdul-Aziz bin Saud. 

Omdat diens schier eindeloze reservoir aan zonen eindelijk leegraakt dient zich een heikele kwestie aan. Wanneer maken zij immers plaats voor een volgende generatie? Voorlopig lijkt Salman die discussie nog op afstand te houden.