Het Nigeriaanse dochterbedrijf van Shell betaalt 55 miljoen Britse pond (70,2 miljoen euro) om de schade te vergoeden die ontstond door olielekkages bij het Nigeriaanse dorp Bodo.

Dat maakt het olieconcern woensdag bekend.

Shell erkende in augustus 2011 al verantwoordelijk te zijn voor twee olielekkages bij Bodo in 2008. De geleden schade wordt met 35 miljoen pond gecompenseerd, het restant komt ten goede aan de gehele gemeenschap.

Het geld wordt betaald door Shell Petroleum Development Company of Nigeria (SPDC), waarin Shell een belang heeft van 30 procent.

"We hebben vanaf het begin onze verantwoordelijkheden erkend en genomen voor de twee betreurenswaardige lekkages en zijn tevreden dat we een schikking hebben bereikt", aldus directeur Mutiu Sunmonu van SPDC.

Eerdere pogingen om te schikken mislukten, onder meer vanwege "buitensporige claims", die op enig moment in totaal meer dan 300 miljoen pond bedroegen.

'Langverwachte overwinning'

Amnesty International liet weten blij te zijn met de "langverwachte overwinning", maar had ook de nodige kritiek op de handelswijze van Shell. "Het had geen zes jaar mogen duren om tot een faire compensatie te komen."

Amnesty kaartte daarnaast nogmaals aan dat de vervuiling veel omvangrijker was dan Shell publiekelijke wilde toegeven. "Volgens Shell gaat het om circa 4.000 vaten, terwijl de lekkage weken duurde." In 2012 liet Amnesty een onderzoek uitvoeren waaruit zou zijn gebleken dat het om meer dan 10.000 vaten gaat.

Milieudefensie heeft de bewoners van Bodo gefeliciteerd met de overwinning. Ook liet de vereniging weten met vertrouwen te kijken naar het hoger beroep in de rechtszaak die Milieudefensie met andere Nigeriaanse dorpen aanspande tegen Shell.

Het hoger beroep speelt in maart in Nederland. Milieudefensie hoopt dat Shell kan worden gedwongen documenten openbaar te maken die mogelijk nalatigheid van het oliebedrijf aantonen.