Verscheidene kopstukken achter het CIA-martelschandaal hebben de vloer aangeveegd met het rapport van de Senaat.

Dat rapport vertelt over de harde verhoormethoden die de dienst toepaste op terreurverdachten na de aanslagen van 11 september 2001. 

Volgens oud-vicepresident Dick Cheney zit het rapport ''vol rotzooi''. Het is ''een verschrikkelijk stuk werk'' met ''grove fouten'', liet hij in een interview met Fox News weten.

Michael Hayden, directeur van de inlichtingendienst tussen mei 2006 en februari 2009, heeft ook geen spijt en houdt vol dat hij niets te maken had met het programma. Hij was alleen degene die moest getuigen voor de Senaatscommissie. Het waren vooral zijn voorgangers George Tenet en Porter Goss die met de zaak te maken hadden.

''Ik ben de domme klootzak die erheen ging om te proberen het programma in alle details uit te leggen. Ik word twee keer zo vaak (in het rapport) genoemd als George Tenet, maar hij en Porter Goss hadden 97 gevangenen gedurende hun termijn en ik twee'', aldus Hayden in gesprek met de website Politico. De manier waarop ze aan hun conclusies zijn gekomen is beledigend, vindt Hayden.

Getuigenissen

Cheney laakt het gebrek aan getuigenissen uit eerste hand van CIA-functionarissen. ''Je ziet in Washington maar al te vaak een groep politici bij elkaar komen om professionals onder een bus te gooien'', aldus de gewezen rechterhand van president George W. Bush. ''Ik denk dat we deden wat nodig was. Ik denk dat we het volledig terecht hebben gedaan en ik zou het zo weer doen.''

Oud-CIA-baas George Tenet (chef van december 1996 tot juli 2004) verdedigt de praktijken ook nog altijd met de woorden dat ze ''duizenden Amerikaanse levens hebben gered''. Het hele onderzoek en het daaruit voortvloeiende rapport zijn een politieke aangelegenheid, stelt hij net als Hayden en Cheney.

Open brief

Goss, Hayden en Tenet schrijven in een open brief dat, in tegenstelling tot wat het rapport stelt, er wel degelijk belangrijke informatie is verkregen.

Getuigenissen van twee verdachten leidden tot de arrestatie van Khalid Sheikh Mohammed, het brein achter 11 september. Ook werd de CIA op het spoor gezet van Hambali, de man achter de aanslag op een nachtclub op Bali in oktober 2002, waarbij ook vier Nederlanders de dood vonden.