Het vonnis in het proces tegen Ratko Mladic is niet voor maart 2017 te verwachten. Er is vertraging ontstaan in de genocidezaak tegen de voormalige Bosnisch-Servische legerleider door zijn slechte gezondheid.

Daarom worden er op doktersadvies nog maar vier zittingsdagen per week gehouden.

Dit heeft president Theodor Meron van het Joegoslavië-Tribunaal woensdag verklaard voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Het tijdelijke VN-hof in Den Haag staat al jaren onder druk vanuit de "centrale" in New York om zijn werk af te ronden. Volgens Meron is de verwachting dat dat in de loop van 2017 gaat lukken.

Mladic, inmiddels 72, werd in 2011 in Servië opgepakt na een klopjacht van zestien jaar. Hij is aangeklaagd wegens onder meer oorlogsmisdaden tijdens de belegering van de Bosnische hoofdstad Sarajevo van 1992 tot 1995 en genocide na de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995. Het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat kon toen de volkenmoord op duizenden Bosnische moslims niet voorkomen.

Mladic zegt dat hij op alle punten van de aanklacht onschuldig is. Tijdens de oorlog in Bosnië vielen meer dan 100.000 doden.