Vijftien verdachten zijn vrijdag door de politie in Servië en Bosnië van hun bed gelicht in verband met een massamoord in de burgeroorlog in Bosnië. 

Dat hebben aanklagers in de twee landen bekendgemaakt.

De aanklagers werkten nauw samen in het onderzoek naar de massamoord van 27 februari 1993 in Strpci. Negentien mannen werden toen uit een trein gehaald en om het leven gebracht.

In Servië werden vijf verdachten opgepakt en in Bosnië tien. Onder hen zijn de broer van een gevangen krijgsheer, voormalige militieleden en een vroegere Bosnisch-Servische generaal die het bevel voerde over militairen in het gebied.

"Wij zijn nu op het pad om de moord op te lossen die meer dan twintig jaar verborgen bleef. Wij zijn dit aan de onschuldige slachtoffers verplicht", zei de Servische officier van justitie voor oorlogsmisdaden, Bruno Vekaric.

Volgens onderzoekers wordt de vraag nu of de verdachten namen gaan noemen van de mensen boven hen die opdracht gaven voor de moorden. "Veel oorlogsmisdadigers hebben nog invloed in het zakenleven, de politiek, de politie en het leger", zei de Bosnische officier Goran Salihovic.

De huidige Servische regering erkent dat de massamoord in Strpci een oorlogsmisdaad is, maar de moordenaars worden door sommigen in Servië nog steeds als helden gezien.

Het onderzoek wordt ondersteund door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. Dat heeft de hoofdverdachte van de massamoord in Strpci, de vroegere Bosnisch-Servische krijgsheer Milan Lukic, voor andere oorlogsmisdaden al tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

Lukic' broer Gojko is een van degenen die vrijdag werden opgepakt. Andere prominente verdachten zijn Boban Indjic en de vroegere Bosnisch-Servische generaal Luka Dragicevic.