Niet de Syrische regering, maar terreurgroepen in Syrië bedienen zich van chemische wapens. Dat beweert de Syrische onderminister van Buitenlandse Zaken.

Onderminister Faysal Mekdad sprak maandag tijdens een vergadering van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). De in Den Haag gevestigde organisatie heeft haar opdracht om Damascus' arsenaal aan chemische wapens te vernietigen bijna voltooid.

De OPCW werd vorig jaar met die taak belast. De Verenigde Staten, die de Syrische president Bashar Assad betichtten van de inzet van gifgas, zagen af van militair optreden tegen Syrië in ruil voor Assads medewerking aan de OPCW-missie.

Volgens Mekdad hebben terroristische groepen "chloorgas gebruikt in verscheidene regio's van Syrië en Irak". Die beschuldiging is niet nieuw. Irak betichtte terreurbeweging Islamitische Staat (IS) in oktober ook al van de inzet van chloorgas tegen regeringstroepen en sjiitische strijders ten noorden van Bagdad.

In diezelfde week beschuldigden de Koerden IS van het gebruik van gifgas in een oostelijke wijk van het belegerde Kobani.

Chloorgas

Mekdad kreeg enige bijval van het hoofd ontwapening van de Verenigde Naties. "Er is een duidelijk gevaar gerezen dat ook door een onderzoeksploeg van de OPCW wordt onderzocht", zei deze Angela Kane maandag. Kane voegde daaraan toe dat diverse internationale instellingen en de VN hun maatregelen tegen het terrorisme proberen af te stemmen.

Het onderzoeksteam van de OPCW waarnaar Kane verwees kwam in september tot de slotsom dat bij aanvallen op enkele dorpen in Noord-Syrië "stelselmatig en herhaaldelijk" giftige chemicaliën zijn gebruikt. Het zou hoogstwaarschijnlijk om chloorgas gaan. De onderzoekers wezen geen schuldige aan.

Chloorgas is een in de industrie veelgebruikt middel en overal verkrijgbaar. Het kan echter ook als wapen dienen.