De voedselhulp aan 1,7 miljoen Syrische vluchtelingen is in gevaar omdat het Wereldvoedselprogramma (WFP) onvoldoende geld heeft.

Het programma van de Verenigde Naties zegt 64 miljoen dollar (51,3 miljoen euro) nodig te hebben om de vluchtelingen in Jordanië, Libanon, Turkije, Irak en Egypte de rest van de maand eten te kunnen geven.

Het WFP deelt in de buurlanden van Syrië normaliter voedselbonnen uit aan de vluchtelingen, waarmee ze in de plaatselijke winkels kunnen betalen.

''Zonder die WFP-voedselbonnen zullen vele families honger lijden. Voor vluchtelingen die al vechten om de strenge winter te overleven zullen de consequenties van het staken van deze hulp verschrikkelijk zijn'', waarschuwt de organisatie.

Beloftes

Zonder de voedselhulp zal de situatie in de landen nog moeilijker worden, vreest het WFP. ''Daardoor zullen de spanningen, instabiliteit en onveiligheid in de omringende landen mogelijk verergeren.''

Oorzaak van het geldtekort is dat landen hun beloftes niet nakomen te doneren. De voedselbonnen hebben tot nu toe 800 miljoen dollar gekost, geld dat ten goede kwam aan de plaatselijke economie.

De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zei eerder al dat ze door geldgebrek genoodzaakt is prioriteiten te stellen. Vooral mensen die zich in hogere, koude gebieden bevinden en de zwakste vluchtelingen, zoals pasgeborenen, krijgen hulp van de organisatie.

Sinds de burgeroorlog in 2011 uitbrak vluchtte naar schatting tussen de drie en vijf miljoen Syriërs naar een buurland. De meeste van hen, meer dan 1,5 miljoen, zijn naar Turkije gegaan.

In Libanon zijn meer dan 1 miljoen Syrische vluchtelingen, waardoor het inwonertal van het land ten noorden van Israël met ongeveer een kwart is gestegen. Naar Jordanië zijn meer dan 600.000 Syriërs gevlucht.

Syrische burgeroorlog blijft fel en complex l Interview met HRW-onderzoeker over Syrië

Chronologie van de Syrische burgeroorlog l Dossier Syrië