De moord op de Britse militair Lee Rigby vorig jaar had voorkomen kunnen worden als de geheime dienst op de hoogte was gesteld van de online uitlatingen van een van de terroristen.  

Dat heeft de commissie voor inlichtingen en veiligheid van het Britse parlement dinsdag gezegd.

Een van de twee islamitische extremisten had maanden voor de moord via internet zijn intentie uitgesproken een militair te vermoorden.

Het bedrijf dat het systeem beheert waarbinnen die communicatie plaatsvond, had de informatie moeten afstaan aan de geheime dienst. Als dat was gebeurd, was de terrorist "topprioriteit" van de geheime dienst geworden. De uitlatingen kwamen pas aan het licht na de moord in mei 2013.

De commissie concludeert dat het "onacceptabel" is dat het bedrijf de online communicatie niet controleert en de geheime dienst niet inlicht over potentiële dreigingen. "Zij bieden terroristen op deze manier, ook al is het onbedoeld, een toevluchtsoord."

Ook de inlichtendiensten hebben volgens de commissie fouten gemaakt. Zo bevonden de twee mannen zich op de radar van de diensten, maar leidde dat nooit tot concrete stappen. Rigby werd op 22 mei 2013 op straat met messen gedood door de twee terroristen.  

Miljoenen

De Britse regering trekt tientallen miljoenen ponden extra uit voor de strijd tegen terreur. Premier David Cameron zegde de veiligheidsdiensten dinsdag een bedrag van 130 miljoen pond (ruim 163 miljoen euro) toe voor de strijd tegen zogenoemde "lone wolves", terroristen die op zichzelf opereren en niet tot een netwerk behoren.

''De toegenomen dreiging van deze zogenoemde zelfbeginnende terroristen waar we mee te maken hebben, betekent dat we nu verder moeten gaan in het versterken van onze middelen'', zei Cameron tegen het Britse parlement. Het extra geld is bestemd voor de komende twee jaar en is onder meer bedoeld voor het monitoren en verstoren van deze terroristen.