Op 9 augustus wordt de zwarte tiener Michael Brown in de Amerikaanse stad Ferguson doodgeschoten door de blanke agent Darren Wilson. Hij wordt niet vervolgd. Een chronologie van de onrust in de voorstad van St. Louis.

26 november: Voor de tweede dag op rij na de uitspraak wordt gedemonstreerd, in totaal in wel 170 Amerikaanse steden en ook in het Canadese Toronto. In meerdere steden zijn een paar arrestaties en in Ferguson worden 44 mensen aangehouden.

25 november: Een jury beslist dat agent Wilson niet wordt vervolgd, omdat hij Brown niet opzettelijk zou hebben gedood. In Ferguson breken rellen uit, 61 mensen worden aangehouden en de Nationale Garde wordt ingezet. Ook in andere Amerikaanse steden wordt geprotesteerd.

23 november: Zaterdagnacht is het voor de derde dag op rij onrustig in Ferguson, in afwachting van de uitspraak over de vervolging van agent Wilson.

22 november: De spanning in Ferguson loopt op, terwijl de onderzoeksjury nog altijd niet tot een uitspraak is gekomen. De FBI arresteert twee mannen die explosieven hadden gekocht om te gebruiken bij een protest in de plaats.

17 november: Gouverneur Jay Nixon van Missouri roept opnieuw de noodtoestand uit in Ferguson. Hij vreest voor nieuwe onrust vanwege de verwachtte uitspraak van de onderzoeksjury die onderzocht of Wilson wordt vervolgd voor het doodschieten van Brown.

5 september: Minister van Justitie Eric Holder kondigt een onderzoek aan naar het functioneren van de politie in Ferguson.

3 september: Gouverneur Nixon maakt bekend dat de noodtoestand in Ferguson wordt opgeheven.

25 augustus: Duizenden mensen wonen de begrafenis bij van Brown. De plechtigheid verloopt rustig.

21 augustus: Gouverneur Nixon kondigt aan dat de Nationale Garde de stad verlaat. Volgens Nixon is het geweld voldoende afgenomen.

18 augustus: Troepen van de Nationale Garde trekken naar Ferguson om verdere escalatie van de rellen te voorkomen. 's Avonds worden tientallen mensen opgepakt.

16 augustus: Gouverneur Nixon komt met nieuwe maatregelen. Hij roept de noodtoestand uit in Ferguson en stelt een avondklok in.

15 augustus: De politie maakt de naam bekend van de agent die Brown doodschoot. Het gaat om de blanke Darren Wilson. De onrust houdt aan.

14 augustus: Gouverneur Nixon grijpt in en maakt de zogeheten State Highway Patrol verantwoordelijk voor de veiligheid in de stad. De zwarte politieman Ron Johnson krijgt de leiding. Critici klagen dat de houding van de lokale politie heeft geleid tot escalatie van de rellen.

11 - 13 augustus: De onrust houdt aan. Betogers zijn woest dat de politie slechts mondjesmaat informatie openbaar maakt.

9 augustus: De zwarte tiener Michael Brown wordt doodgeschoten door een blanke agent, terwijl hij met een vriend naar huis liep na een bezoek aan de supermarkt. Hij was ongewapend, erkent de politie later.

Veel mensen gingen na het incident de straat op om te protesteren tegen het buitensporige politiegeweld en het uitblijven van informatie. Maar er werd ook geprotesteerd tegen 'racial profiling', en tegen de sociale ongelijkheid in de Verenigde Staten. 

Zie ook: Rassenscheiding in Amerika nog altijd aan orde van de dag