Israël moet stoppen met het slopen van de huizen van Palestijnen die worden verdacht van het plegen van aanslagen. Daarmee worden onschuldige mensen opzettelijk gestraft.

Dat schrijft mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) zaterdag. Het vernielen van huizen in de bezette gebieden is volgens de organisatie een collectieve straf, een oorlogsmisdaad.

Israël heeft dit jaar vijf huizen vernietigd of dichtgetimmerd van Palestijnen die worden verdacht van het doden van Israëli's. De autoriteiten hebben laten weten nog zeven andere huizen te zullen vernietigen, waaronder vijf in Oost-Jeruzalem.

Het slopen van de huizen is ''onwettig'', zegt directeur Midden-Oosten en Noord-Afrika Joe Stork van HRW. ''Israël moet criminelen vervolgen, veroordelen en straffen, niet uit wraak de huizen van hele families vernietigen.''

Tussen 2000 en 2005 heeft Israël 650 huizen van Palestijnen met de grond gelijk gemaakt, blijkt uit cijfers van de Israëlische organisatie B'Tselem. Daardoor zijn er meer dan vierduizend mensen dakloos geraakt.

Hooggerechtshof

Palestijnen kunnen tot 48 uur na de bekendmaking van de sloop naar de rechter van het hooggerechtshof in Israël stappen. Dat hooggerechtshof weigert volgens HRW echter de internationaal gebruikelijke regel te handhaven dat het collectief straffen van burgers in bezette gebieden verboden is.

Het vernietigen van huizen is volgens Israël een evenredige manier om andere Palestijnen ervan te weerhouden aanvallen op Israël uit te voeren. Het is volgens het hooggerechtshof een 'afschrikking' die is toegestaan op basis van Britse wetgeving uit 1945 die Israël heeft overgenomen.

Chronologie: Onrust en geweld in Jeruzalem

Waarom er een eeuwige strijd is om de Tempelberg