Meer dan zeshonderd Amerikaanse militairen zijn mogelijk blootgesteld aan chemische wapens in Irak. Zij hebben zich gemeld bij de medische staf, maar hun klachten werden veelal niet gehoord. 

Dat blijkt uit een interne studie van het Pentago, meldt The New York Times vrijdag. 

De Amerikaanse strijdkrachten hebben het probleem volgens de Amerikaanse krant zwaar onderschat. Bovendien zijn officiële aantallen slachtoffers geheim gehouden. 

The New York Times onthulde vorige maand dat militairen tijdens de oorlog in Irak chemische wapens uit de jaren 80 hebben gevonden. Van 25 mensen is zeker dat zij zijn blootgesteld aan het gifgas sarin of mosterdgas. Het is niet uitgesloten dat militairen uit andere landen, huurlingen en burgers in Irak ook zijn blootgesteld aan gifgassen.

De cijfers zijn afkomstig uit een vragenlijst die iedere militair aan het einde van zijn dienst invult. De 629 militairen die aangaven met chemische, biologische of radioactieve wapens in aanraking te zijn geweest werden vervolgens medisch onderzocht, maar kregen daarna geen hulp meer van Defensie.

Saddam Hoessein

Saddam Hoessein gebruikte de betreffende gifgassen in de oorlog tegen Iran. The New York Times schreef vorige maand al dat de Amerikaanse regering informatie over de gevallen moedwillig achterhield, terwijl de militairen in het gevaarlijke gebied actief bleven.

De voorzitter van de vereniging voor Irak- en Afghanistanveteranen, Paul Rieckhoff, vindt dat Defensie meer informatie moet geven om het vertrouwen terug te winnen. Hij vergelijkt de huidige situatie met de slechte informatievoorziening voor veteranen die in aanraking kwamen met het giftige Agent Orange tijdens de Vietnamoorlog.

Het Pentagon heeft inmiddels een gratis informatielijn geopend waar veteranen zich kunnen melden met klachten, zodat ze alsnog onderzocht kunnen worden en medische hulp kunnen krijgen.