De Israëlische strijdkrachten hebben tientallen Palestijnse burgers om het leven gebracht bij de aanvallen in juli en augustus op huizen in de Gazastrook. Amnesty International spreekt van 'harteloze' acties.

Dat stelt de mensenrechtenorganisatie in een nieuw rapport over de meest recente Israëlische aanvallen op de Gazastrook, met de naam Families onder het puin.

In het rapport beschrijft Amnesty acht gevallen waarbij gezinswoningen onder vuur werden genomen zonder waarschuwing vooraf. Hierbij zouden 104 burgers, waaronder 62 kinderen, om het leven zijn gekomen.

Volgens Philip Luther van Amnesty International heeft het Israëlische leger de oorlogswetten herhaaldelijk genegeerd door de Palestijnse gezinnen "geen enkele kans te geven om te vluchten".

Doelen

Een aantal doelen is door Amnesty bestempeld als 'militair doelwit'. De militaire voordelen na de aanvallen wegen volgens de organisatie echter niet op tegen het aantal doden en de verwoesting.

Israël zou niet hebben gereageerd op het verzoek van Amnesty om de aanslagen toe te lichten. Luther noemt het van "cruciaal belang dat partijen ter verantwoording worden gebracht voor eventuele schendingen van het internationaal humanitair recht". 

Oorlogsmisdaden

Amnesty pleit er opnieuw voor dat Israël en de Palestijnse autoriteiten het Internationaal Strafhof naar de zaak laten kijken. "Zeker gezien het feit dat de Israëlische en Palestijnse autoriteiten niet in staat lijken te zijn onafhankelijk en onpartijdig beschuldigingen van oorlogsmisdaden te onderzoeken."

In totaal zijn zeker 18.000 huizen verwoest tijdens het conflict. Meer dan 1.500 Palestijnse burgers, waaronder 519 kinderen, kwamen om het leven. 

Midden-Oostenconflict | Achtergrond: Onzekere tijd voor Israël en de Palestijnen