De plek waar het toestel van vlucht MH17 in Oekraïne is neergestort, is frontlinie geworden. 

''Het is er heel gevaarlijk en het is heel lastig, eigenlijk onmogelijk om met een onderzoeksteam met verschillende voertuigen hier te komen’’, vertelt ANP-fotograaf Pierre Crom zondag.

Crom was in opdracht van het persbureau in het rampgebied om te zien hoe dat er honderd dagen na de tragedie bij ligt. Hij trof daar heel andere omstandigheden aan dan vlak na de ramp.

Bij de vliegtuigcrash op 17 juli kwamen 298 mensen om het leven, onder wie 196 Nederlanders. Tot nu toe zijn 284 lichamen geïdentificeerd.

Plaats delict

Vrije toegang voor een goede berging en goed onderzoek op de rampplek is vanaf begin af aan niet mogelijk geweest. Dat komt door de strijd daar tussen het Oekraïense leger en Russisch gezinde separatisten.

De rampplek is ook een plaats delict, omdat politie en justitie in Nederland onderzoek doen naar de veroorzakers van de ramp. Er zijn zeer sterke aanwijzingen dat het toestel is neergeschoten. Ook het forensisch onderzoek wordt door deze omstandigheden flink belemmerd. Er is volgens Crom na de ramp veel op deze plek gebeurd. Daardoor is het reconstrueren van de precieze situatie van toen niet meer mogelijk.

Lichaamsdelen

Crom vond ook lichaamsdelen op een verbrand stuk veld, waar kort na de ramp het grootste deel van het vliegtuigwrak werd weggetakeld. De fotograaf constateert dat daar nog niet nauwkeurig is gezocht, en vermoedt dat daar nog meer lichaamsdelen liggen. 

Bijna alle persoonlijke spullen van de slachtoffers zijn inmiddels wel weg van de rampplek. ''Op een enkel ding na’’, constateert Crom. ''Ik zag nog een koffer, een shirt en speelkaarten. Ook hing er nog een schoen in een boom. In vergelijking met vlak na de ramp is bijna alles weg."

Dossier vliegramp | Chronologie vliegramp l Het conflict in Oost-Oekraïne