Britse straaljagers hebben dinsdag voor het eerst doelen van terreurnetwerk Islamitische Staat (IS) in Irak aangevallen. Dat heeft het Britse ministerie van Defensie laten weten. 

Het was de eerste aanval sinds het Britse parlement vrijdag goedkeuring gaf aan gevechtsoperaties. De twee Tornado-jagers vielen onder andere een IS-stelling met zware wapens aan die bedreigend was voor Koerdische strijders.

Verder werd een gepantserde pick-up truck bestookt. De twee straaljagers keerden daarna terug naar hun basis. "Een eerste evaluatie wijst erop dat beide aanvallen succesvol waren", aldus het ministerie. 

De Britse Royal Air Force stond Koerdische strijders bij die door IS werden belegerd. De toestellen vlogen zaterdag ook al mee met een missie maar vielen toen niets aan.

Op dinsdag zijn ook de eerste Nederlandse militairen naar het Midden-Oosten vertrokken om de komst van de F-16's voor te bereiden die in Irak gaan meevechten tegen de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS). 

Verkennen

De groep van veertig militairen vertrok maandag vanaf vliegbasis Eindhoven naar het "gastland", zo heeft Defensie dinsdag gemeld. Welk land dat is, zegt het ministerie mede op verzoek van dat land nog niet.

Het kabinet zei vorige week dat de F-16-gevechtsvliegtuigen mogelijk vanuit Jordanië gaan opereren. Afgelopen donderdag vertrokken al twee teams om de situatie in Jordanië en in Irak te verkennen.

Straaljagers

Nederland levert acht F-16's, waaronder twee reservetoestellen. Met de straaljagers gaan 250 militairen mee. De F-16's worden ingezet om commandoposten, voertuigen, installaties en andere doelen van IS uit te schakelen.

Nog eens 130 Nederlandse militairen gaan op beveiligde locaties Iraakse en Koerdische militairen trainen.

De F-16's vertrekken naar verwachting later deze week naar het missiegebied. De Tweede Kamer debatteert donderdag over de nieuwe militaire missie.

Turkije

NAVO-land Turkije bereidt zich ondertussen voor op een militaire actie in Syrië en Irak. Het parlement geeft naar verwachting donderdag toestemming aan de strijdkrachten de grens over te steken.

Vicepremier Bulent Arinc zegt dinsdag dat de volksvertegenwoordigers ''het leger een mandaat geven om alle dreigingen en risico's aan te pakken''. 

Turkije staat zijn strijdkrachten nu al toe om operaties in Syrië of Irak uit te voeren. Dat mag om bijvoorbeeld dreigende aanvallen van Koerdische opstandelingen vanuit Irak tegen te gaan, of als er gevaar dreigt van de kant van het regime in Syrië. 

Grondgebied

In de nieuwe motie worden de twee aparte mandaten voor Syrië en Irak samengevoegd, mag ook worden ingegrepen bij gevaar van de kant van de groep Islamitische Staat (IS) en wordt Turks grondgebied opengesteld voor gebruik door buitenlandse strijdkrachten. 

Arinc zegt ook dat Turks grondgebied door IS wordt bedreigd bij een Turkse enclave in Syrisch grondgebied. Vanwege een verdrag uit 1921 hoort dat stuk grond bij Turkije.

In de enclave staat het mausoleum van de grootvader van de stichter van het Ottomaanse Rijk. De graftombe van Suleiman Shah ligt ongeveer twintig kilometer van de grens op de linkeroever van een stuwmeer in de Eufraat.

De tombe wordt beschermd door Turkse militairen. Toen het nabijgelegen dorp Karakozak eerder dit jaar in handen van IS viel, leken IS en Turkije al in gevecht te raken.

Terughoudend

Maar Turkije heeft zich terughoudend opgesteld en heeft nog geen standpunt ingenomen over de door de VS geleide internationale coalitie tegen IS.

President Erdogan en premier Davutoglu lijken die terughoudendheid nu te laten varen. Dat doen zij mede omdat er onlangs tientallen Turkse gijzelaars van IS in Irak zijn vrijgelaten. 

IS bedreigt ook de door Koerden bestuurde stad Ayn al-Arab of Kobani. De plaats ligt vrijwel op de Turkse grens. IS heeft grote delen van Syrië en Irak in handen, een gebied dat op sommige plaatsen tot aan de Turkse grens loopt. 

Vluchtelingen

Tienduizenden mensen vluchten uit Syrië, terwijl IS zijn greep op grote delen van het land juist verstevigt. Dat zegt ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties voor humanitaire zaken en noodhulp Valerie Amos. 

In totaal zijn de afgelopen twee weken meer dan 160.000 mensen de noordelijke provincie Aleppo ontvlucht. Ze zijn naar Turkije vertrokken. De verwachting is dat dit aantal alleen maar zal groeien. "Hun angst was zo groot dat veel mensen gewoon het mijnenveld zijn overgestoken om te kunnen vluchten." 

Maandelijks brengt Amos verslag uit van de ontwikkelingen in Syrië. Het beeld wat daaruit naar voren komt, is nog altijd weinig hoopgevend. Nog altijd hebben elf miljoen mensen dringend hulp nodig. 

Waarom Nederland F16's naar Irak stuurt, maar niet naar Syrië

Vier dingen die u moet weten over IS | Islamitische Staat zonder bondgenoten l Dossier Irak