Na Irak en Syrië te hebben geholpen, zijn een aantal westerse en Arabische landen ook klaar om Libië te hulp te schieten in de strijd tegen terreurbewegingen.

Het Noord-Afrikaanse land gaat momenteel gebukt onder de grootste geweldsgolf ooit. Libië kan rekenen op de steun van onder meer Frankrijk, de VS, Groot-Brittannië, Saudi-Arabië, Egypte, Rusland, Qatar en Turkije.

Sinds de dood van dictator Muammar Kaddafi in 2011 is het zeer onrustig in Libië en groeit het aantal terroristische groeperingen. Islamistische militanten verdreven Kaddafi, maar weigeren sindsdien hun wapens in te leveren. Ook plegen terroristen regelmatig aanslagen en heeft het centrale gezag vrijwel niets te vertellen.

Het westen is vooral bezorgd over de islamistische groep Ansar al-Sharia. De Franse minister Laurent Fabius van Buitenlandse Zaken vindt dat de Verenigde Naties sancties moeten opleggen aan de extremisten.

''De maatregelen die worden genomen om Islamitische Staat te bestrijden, moeten ook gebruikt worden tegen deze groepen", aldus Fabius, die doelde op het aan banden leggen van jihadstromen naar Syrië en Irak en het bevriezen van tegoeden.

VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon had donderdag een vergadering over Libië gepland in de marges van de Algemene Vergadering van de VN.