Alle staten moeten krachtige nationale wetgeving aannemen om de stroom van jihadisten te stoppen die de wereld rond reizen om in brandhaarden te vechten.

Dat heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties woensdag geëist tijdens een zitting die werd voorgezeten door de Amerikaanse president Barack Obama.

De resolutie is unaniem aangenomen. Tevens maakte de raad gebruik van hoofdstuk 7 van het Handvest van de VN. Daarin is vastgelegd dat de raad resoluties kan aannemen die voor alle 193 VN-lidstaten bindend zijn, als de raad van mening is dat vrede en veiligheid in de wereld in gevaar zijn.

Naleving van zo'n resolutie kan worden afgedwongen met geweld of economische sancties.

Ernstige misdaad

Staten moeten het vertrek naar het buitenland om met militante groepen te vechten tot een ernstige misdaad maken. Ook het rekruteren van anderen voor de jihad en het financieren van jihadisten moeten in alle landen strafbaar worden.

Tevens worden staten verplicht tot betere grenscontroles en het beter bijhouden van reisbewegingen. Critici vrezen dat de resolutie leidt tot de vervolging van onschuldige mensen.

Volgens deskundigen zijn zo'n twaalfduizend strijders uit meer dan zeventig landen naar Syrië en Irak gereisd om daar te vechten met organisaties zoals Islamitische Staat (IS) en het al-Nusrafront, de Syrische tak van terreurnetwerk al-Qaeda.

De resolutie spreekt de vrees uit dat ''buitenlandse terroristische strijders de intensiteit, duur en onhandelbaarheid van conflicten vergroten''.

Vier dingen die u moet weten over IS | Islamitische Staat zonder bondgenoten l Dossier Irak