Beschietingen en bomaanslagen zijn nooit uit te sluiten in Afghanistan. Maar de dreiging daarvan voor Nederlandse militairen die naar het noorden van het land gaan, is volgens het kabinet beperkt.

Vanaf het NAVO-kamp bij de stad Mazar-e-Sharif zullen dagelijks teams van adviseurs op pad gaan naar de hoofdkwartieren van de Afghaanse veiligheidstroepen in de omgeving van de stad.

De transporteenheid, die gebruik maakt van Duitse gepantserde voertuigen, zal hen onderweg en ter plaatse beschermen tegen aanslagen, beschietingen en ontvoeringen.

Mocht er toch iets gebeuren, dan wordt de hulp van een gevechtseenheid ingeroepen die snel ter plaatse kan zijn om de eenheid te ontzetten, medische hulp te bieden of beschadigde voertuigen te bergen.

Ook kan er om luchtsteun worden gevraagd, zo blijkt uit de maandag gepubliceerde brief van het kabinet over de nieuwe missie in Afghanistan.

Gewapend contact

Vooral tijdens verplaatsingen valt gewapend contact volgens de verantwoordelijk ministers niet helemaal uit te sluiten. Datzelfde geldt voor aanslagen met een zogeheten geïmproviseerd explosief (IED).

Omdat de militairen over verharde wegen rijden, is de kans op een bermbom klein. Wel wordt rekening gehouden met explosieven in voertuigen en zelfmoordaanslagen. Maar het gebruik van de gepantserde voertuigen biedt volgens de ministers voldoende bescherming. Ook worden er tijdens verplaatsingen ''actieve en passieve beschermende maatregelen'' genomen.

Verdedigen

Voor de missie heeft de NAVO geweldsinstructies opgesteld die volgens het kabinet voldoende mogelijkheden bieden om de taken uit te voeren. De militairen mogen zichzelf altijd verdedigen.

De Nederlandse en andere militairen werken en slapen op het NAVO-kamp in gepantserde containers. Op het kamp is onder meer ook een veldhospitaal en een helikoptereenheid. Nederland zal geen zelfstandige operaties uitvoeren.