Amerikaanse hackers die zeggen onderdeel te zijn van het hackerscollectief Anonymous hebben donderdag de naam bekendgemaakt van de agent die een achttienjarige zwarte Amerikaanse jongen doodschoot. 

Dat meldt The New York Times

Michael Brown werd zaterdag door een agent gedood toen hij van de supermarkt naar huis liep met een vriend. In Ferguson, een voorstadje van St. Louis in de Amerikaanse staat Missouri, is het sindsdien onrustig.

Betogers, overwegend zwarte Amerikanen, protesteren onder meer tegen het politiegeweld en tegen het uitblijven van informatievoorziening over het dramatische incident. 

De hackers dreigen aanvullende informatie over de betreffende agent, waaronder zijn foto, te publiceren als de politie van St. Louis niet met meer informatie naar buiten treedt.

Volgens de lokale politiechef, Thomas Jackson, dient de agent in bescherming genomen te worden en wordt diens naam daarom niet bekendgemaakt. Hij zou worden bedreigd.

Onduidelijkheid

Er bestaat veel onduidelijkheid over wat er precies is gebeurd in de momenten voordat Brown werd neergeschoten. Volgens politiechef Jackson is de agent in het gezicht geslagen en probeerde Brown het dienstwapen van de agent af te pakken. Getuigen verklaren dat Brown zijn handen in de lucht hield toen hij werd neergeschoten.

De politie in Ferguson heeft in de nacht van woensdag op donderdag traangas ingezet om demonstranten uit elkaar te drijven. Het was de vierde opeenvolgende nacht dat mensen in de stad de straat op gingen. 

Demonstranten gooiden met onder meer Molotovcocktails en stenen. De politie probeerde de menigte van zo'n 350 mensen uiteen te drijven door het afvuren van rubberen kogels. Sinds het weekend zijn ongeveer 40 mensen opgepakt.

President Barack Obama en mensenrechtenactivist dominee Al Sharpton hebben opgeroepen tot kalmte.