Human Rights Watch wil dat er internationaal onderzoek wordt gedaan naar de massamoord die vorig jaar in Egypte aan honderden mensen het leven kostte. 

Dat schrijft de mensenrechtenorganisatie in een rapport dat dinsdag verscheen. Mogelijk zijn er misdaden tegen de menselijkheid gepleegd.

HRW deed een jaar onderzoek naar het geweld dat uitbrak toen het Egyptische leger president Mohamed Mursi op 3 juli vorig jaar afzette. In zes weken tijd werden zeker 1.150 demonstranten om het leven gebracht.

De mensenrechtenorganisatie wil dat op z'n minst de rol van tien hooggeplaatste medewerkers bij de krijgsmacht en de veiligheidsdienst wordt onderzocht.

Zij zouden om politieke redenen excessief geweld hebben ingezet tegen de betogers. Leger en politie schoten volgens HRW 'methodisch met scherp op groepen betogers' om hen uiteen te jagen.

Sit-in-protest

Het gruwelijkste incident was volgens het rapport bij een sit-in-protest op het Rabaah al-Adawiyah-plein in Caïro op 14 augustus.

Daarbij openden de autoriteiten het vuur op de demonstranten en stierven in twaalf uur tijd zeker 817 mensen. HRW noemde de aanval 'de grootste moord op betogers in de recente wereldgeschiedenis'.

De Egyptische regering heeft het rapport dinsdag in harde bewoordingen afgewezen. Caïro noemt HRW 'bevooroordeeld en onprofessioneel' en zegt dat de auteurs van het document zonder vergunning in Egypte werken. Dat is een 'flagrante schending' van de soevereiniteit van het land, aldus de regering. 

Een dag voor het rapport verscheen werd de directeur en nog een Amerikaanse medewerker van HRW de toegang tot Egypte ontzegd.

Kenneth Roth en Sarah Leah Watson kregen maandag nadat ze bijna twaalf uur op de luchthaven van Caïro waren vastgehouden te horen dat ze 'om veiligheidsredenen' het land niet in mochten.

Dossier Egypte