Het Libanese leger is maandag opgerukt tot in de grensplaats Arsal die afgelopen weekeinde door islamitische strijders was veroverd.

Terwijl versterkingen Arsal bereikten, verklaarde de Libanese premier, de soenniet Tammam Salam, dat er geen ''politieke oplossingen" mogelijk zijn met de soennitische radicalen van het Nusra-Front en de Islamitische Staat (IS).

De oprukkende troepen vonden de lichamen van vijftig gedode strijders.

Aan Libanese zijde zijn tot nu toe veertien militairen gesneuveld en 86 gewonden gevallen bij gevechten die zaterdag uitbraken toen Libanese strijdkrachten een Syrische commandant van de rebellen arresteerden. 22 militairen worden nog vermist en minstens tien zijn gegijzeld.

De aanval van de militante moslims was volgens het leger gepland en onderdeel van de poging van IS om voet aan de grond te krijgen in Libanon.

Hevig

De huidige confrontatie tussen het Libanese leger en rebellen die het regime van president Bashar al-Assad omver proberen te werpen, is de hevigste sinds het uitbreken van de Syrische burgeroorlog ruim drie jaar geleden.

De strijders zijn in het recente verleden uit Syrië verdreven door het leger van president Assad en de sjiitische Hezbollah-beweging. Het aantal islamitische strijders in het Libanees-Syrische grensgebied wordt geschat op drieduizend.