De twee vrouwen van de Russische punkgroep Pussy Riot die in 2012 wegens 'hooliganisme' tot een gevangenisstraf van twee jaar werden veroordeeld, eisen elk 130.000 euro schadevergoeding van de Russische staat.

Zij hebben een klacht tegen Rusland ingediend bij het Europees Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg, zo meldt de Britse krant The Guardian maandag.

Maria Aljochina en Nadzjda Tolokonnikova kwamen eind vorig jaar vervroegd vrij, nadat ze ongeveer anderhalf jaar in een strafkamp hadden vastgezeten.

Zij waren veroordeeld, omdat ze in februari 2012 met een 'punkgebed' een dienst hadden verstoord in de Christus de Verlosserkathedraal in de buurt van het Kremlin in Moskou. In dat 'gebed' bekritiseerden zij de toenmalige presidentskandidaat en huidige president Vladimir Poetin.

Een grote meerderheid van de Russische bevolking keurde het gedrag van Pussy Riot vervolgens af, en vond dat de vrouwen gestraft moesten worden.

Met de klacht tegen Rusland wil de punkgroep niet alleen gerechtigheid, zegt Pavel Chikov, die de vrouwen vertegenwoordigt. ''Ze willen ook een precedent scheppen voor Russen om vrijuit over politiek gevoelige zaken te spreken. Dit gaat om vrijheid van meningsuiting en een eerlijk proces", aldus Chikov in The Guardian.