Met hun snelle opmars in Noord-Irak lopen de extremisten van de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) ''ook tegen hun grenzen aan''. 

Dit betoogde conflict- en veiligheidsexpert Erwin van Veen van het Instituut Clingendael donderdag in een gesprek met het ANP.

De Iraakse premier Nuri al-Maliki lijkt de controle volledig kwijt te zijn en een soort paniek heerst niet alleen in Bagdad, maar ook in Washington, Ankara, Brussel en Teheran. De soennieten die zich onder de zwarte vlag van de ISIL scharen, hebben al triomfantelijk gedreigd de sjiieten in zuidelijk Irak in hun eigen heiligdommen te verslaan.

Maar volgens Van Veen loopt het waarschijnlijk zo'n vaart niet. Het is voor deze jihadisten een geweldige stunt die ze aan naam en faam helpt. Die faam komt misschien later van pas, schat Van Veen. Maar ze verliezen ondertussen wel terrein, zoals eerder in Syrië.

Strijd

Daar heeft ISIL zijn basis verloren in de strijd met onder meer andere islamitische rebellen. ''Ze zijn daar uit geschopt en hebben belangrijke bronnen van inkomsten zoals olie verloren'', beklemtoont Van Veen. De verloren strijd in Syrië heeft van de ISIL mogelijk ''wel een redelijk coherente strijdgroep gemaakt van ergens tussen 6000 en 12.000 man'', schat Van Veen.

''Maar de inname van Mosul en de huidige opmars in Noord-Irak roept zoveel tegenkrachten op, dat ze dat zal bezuren.'' Tegen de Koerden, die ten oosten van hun huidige route zijn genesteld, kunnen ze niet op. ''Die lusten ze rauw'', aldus Van Veen, en naar het zuiden toe komen de strijders straks steeds meer weerstand tegen.

Ook het Iraakse leger zal iets ondernemen, waarschijnlijk met elite-eenheden geholpen door Amerikaanse collega's. De VS zouden dit recept van aanvallen met commando's verkiezen boven hulp aan de gewone strijdkrachten. Die hebben in afgelopen dagen de aftocht geblazen en veel Amerikaanse wapens achtergelaten.