Stasi bespioneerde 80 procent agenten West-Berlijn

De Stasi, de veiligheidsdienst van de communistische DDR, bespioneerde tot de val van de Berlijnse Muur in 1989 ongeveer 80 procent van alle agenten in West-Berlijn. 

Dat blijkt uit onderzoek van de Freie Universität in de Duitse hoofdstad. Er waren ongeveer 20.000 agenten in West-Berlijn, wat betekent dat de Stasi het doen en laten van 16.000 van hen volgde.

Meer dan tweehonderd medewerkers van de Stasi waren met het verzamelen van informatie over de agenten belast. De DDR zag de West-Berlijnse agenten als een ''vijandelijke gewapende macht'' die in geval van oorlog het communistische Oost-Berlijn zou kunnen binnenvallen. Daarom moest de politie in West-Berlijn zo veel mogelijk worden tegengewerkt.

Uit het onderzoek blijkt dat de Stasi ervan op de hoogte was dat er een bomaanslag op de discotheek La Belle in West-Berlijn zou worden gepleegd. Een Stasi-informant was lid van de groep die de aanslag voorbereidde.

Door de aanslag in 1986 kwamen drie mensen, onder wie twee Amerikaanse militairen, om en raakten ongeveer 230 mensen gewond. De discotheek was zeer in trek bij Amerikaanse militairen. De onderzoekers vonden een papier met behalve La Belle nog twee andere discotheken in West-Berlijn als potentieel doelwit van een aanslag.

Algemeen wordt aangenomen dat Libië achter de aanslag zat. De Amerikaanse president Ronald Reagan liet uit vergelding de Libische steden Tripoli en Benghazi tien dagen later bombarderen. Daardoor kwam onder anderen een dochter van de Libische leider Muammar Kaddafi om het leven.

Lees meer over:
Tip de redactie