Bangladesh weigert onveilige fabrieken te sluiten

Bangladesh weigert fabrieken te sluiten die door internationale inspecteurs als "onveilig" zijn bestempeld. 

Dat hebben bronnen bij de Bengaalse regering dinsdag gezegd, meldt het franse persbrueau AFP. De inspecteurs hadden vooral kritiek op de stevigheid van de gebouwen, een probleem dat vorig jaar tot het instorten van een Bengaalse fabriek leidde en aan 1138 mensen het leven kostte.

De inspecteurs werden ingehuurd door honderdvijftig westerse bedrijven. De inspecties begonnen na het fatale incident van vorig jaar in Rana Plaza. Zij verklaarden zes fabrieken waar honderden mensen werken onveilig, maar de Bengaalse inspecteur-generaal Syed Ahmed is het hier niet mee eens.

"Het is een netelige kwestie", aldus Ahmed. "Totdat de discussie over hoe sterk beton moet zijn is opgelost, sluiten we geen fabrieken op aanraden van de inspecteurs." Het hoofd van de westerse inspecteurs zegt teleurgesteld te zijn over de beslissing en werkt aan een oplossing.

Woede

Voordat de onenigheid uitbrak, sloten veertien fabrieken hun deuren. Dit leidde weer tot woede onder de Bengaalse bevolking doordat meer dan tienduizend mensen hun baan verloren. Arbeiders organiseerden protesten, waarbij geweld niet werd geschuwd.

Bangladesh is de op een na grootste kledingproducent ter wereld. De arme Bengaalse economie leunt zwaar op de productiesector, waar zestien miljard euro in omgaat.

Ploumen blij met steun bedrijven Bangladesh

Lees meer over:
Tip de redactie