De dodelijke aanslag in het Joods Museum in Brussel was niet het werk van één persoon. Dat zegt André Vandoren, de baas van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) in België.

''Dit was, in mijn ogen, niet het werk van een 'lone wolf': een terrorist die alles in z'n eentje doet'', aldus Vandoren dinsdag in een interview met de krant De Tijd.

De in Frankrijk opgepakte verdachte was onder meer in Syrië geweest om te vechten.

''Het onderzoek moet zijn volledig parcours in kaart brengen. Hoe is hij opgeleid? Hoe kon hij na de aanslag nog dagen onder de radar blijven?'', aldus de OCAD-baas.

Volgens de krant zijn er al zeventig Syriëstrijders teruggekeerd naar België. Circa vijftig van hen moeten worden gevolgd omdat ze bijvoorbeeld bekend zijn bij justitie.

Profiel

Volgens Vandoren past de opgepakte verdachte in het profiel van de rond tweehonderd Syriëgangers die in België bekend zijn. "Het gros is tussen 23 en 28 jaar oud", zegt hij.

"De meeste hebben de Belgische nationaliteit. Slechts 10 à 15 procent van de strijders die ons land vertrokken, is geen Belg. En de meeste zijn gevaarlijk als ze terugkeren."

Het Joods Museum in Brussel wordt voortaan permanent bewaakt door de politie. Vier agenten zullen de voor- en achteringang vanaf 7.00 uur 's ochtends tot de sluiting van het museum bewaken. Dat meldt internetkrant Brusselsnieuws.be.

Het museum had bewust geen zware bewaking. ''Wij zijn een culturele instelling, geen Joodse school of synagoge'', aldus een woordvoerster. Geld speelde ook een rol.