Congolese vredesmilitairen in de Centraal-Afrikaanse Republiek hebben zich onder meer schuldig gemaakt aan het doodmartelen van mensen. 

Dat heeft Human Rights Watch maandag beweerd.

De mensenrechtenorganisatie baseert zich op interviews met getuigen en plaatselijke functionarissen.

De militairen uit de Democratische Republiek Congo zijn van de vredesmissie van de Afrikaanse Unie. In december zouden de Congolese troepen in de plaats Bossangoa twee christelijke militieleiders hebben gemarteld tot ze stierven. Dat gebeurde nadat een Congolese militair was gelyncht.

Behalve bij de martelpraktijken zouden de Congolezen ook betrokken zijn bij de verdwijning van elf mensen onder wie vier vrouwen in maart. Van hen is sinds ze door de militairen werden meegenomen, niets meer gehoord.

Volgens getuigen namen de vredessoldaten de slachtoffers mee uit een huis van een lokale christelijke militieleider in de plaats Boali. Dat gebeurde na een aanval waarbij christelijke 'anti-balaka'-militieleden een Congolese militair hadden gedood.

Opheldering

Human Rights Watch wil opheldering over het lot van de groep die is meegenomen door de Congolese militairen van de Afrikaanse Unie. ''De vredestroepen zijn hier om de burgerbevolking te beschermen, niet om ze te mishandelen'', aldus de mensenrechtenorganisatie.

Buitenlandse militairen zijn naar de Centraal-Afrikaanse Republiek gestuurd, nadat eerst moslimgroepen en later christelijke milities slachtingen hadden aangericht onder de inwoners. Tot op heden is het de Afrikaanse en Franse troepen niet gelukt om de rust en veiligheid te herstellen.