Duitsland mag een uitgeprocedeerde asielzoeker niet terugsturen naar Nederland omdat de kans op een mensonwaardige behandeling hier te groot is.

Dat heeft een Duitse rechter bepaald.

Het is niet voldoende gewaarborgd dat asielzoekers in Nederland worden voorzien van basale levensbehoeften zoals voedsel en onderdak, oordeelde de rechtbank in Darmstadt afgelopen donderdag. De zaak draaide rond een Somalische asielzoeker die in Nederland was uitgeprocedeerd en naar Duitsland was uitgeweken.

Duitsland wilde de man terugsturen naar Nederland omdat binnen de EU is afgesproken dat asielzoekers worden teruggestuurd naar het land waar ze eerst asiel aanvroegen, maar de rechter stak daar een stokje voor.

De Duitse rechter wees erop dat asielzoekers in Nederland niet mogen werken, terwijl ze tegelijk geen overheidssteun krijgen. Daarom dreigen ze af te dalen tot "onder het lichamelijke en sociale bestaansminimum", citeert NRC uit het vonnis.

Imago

De uitspraak betekent grote imagoschade voor Nederland, stelt advocaat Pim Fischer in NRC. Hij is gespecialiseerd in rechtszaken voor mensen die in armoede leven.

Het Europees Comité voor Sociale Rechten bepaalde in oktober dat Nederland moet zorgen voor onderdak, eten en kleding van mensen die illegaal in Nederland verblijven.

Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven heeft aangegeven geen gehoor aan die voorlopige beslissing te geven. Het ministerie zegt in de krant dat uit de uitspraak van de Duitse rechter geen conclusies over het Nederlandse stelsel kunnen worden getrokken, omdat het maar over één uitspraak gaat van een lagere rechter. Ook heeft Nederland zich in de zaak niet kunnen verweren.

Tweede Kamer

Linda Voortman van GroenLinks is geschrokken van het oordeel van de Duitse rechter. Ze wil Teeven dinsdag naar de Tweede Kamer laten komen om opheldering te krijgen. "De uitspraak van deze rechter is het zoveelste bewijs dat vluchtelingen in Nederland slecht af zijn'', vindt Voortman.

De man was in Nederland uitgeprocedeerd en week uit naar Duitsland. Maar volgens de Overeenkomst van Dublin, die in 1997 in werking trad, moet een aanvraag worden behandeld in het eerste land waar de asielzoeker voet over de grens heeft gezet.

De Dublin-overeenkomst moet ervoor zorgen dat de lidstaten zoveel mogelijk zelf hun verantwoordelijkheid nemen bij de afhandeling van de toestroom van asielzoekers. Dit moet voorkomen dat de landen de problematiek op elkaars bordje leggen en bovendien moet het ervoor zorgen dat de bewaking aan de buitengrenzen scherp blijft.

Ook mogen asielzoekers nog slechts in één land een aanvraag indienen, om te voorkomen dat uitgeprocedeerden het vervolgens opnieuw proberen bij de buren.

GroenLinks wil dat staatssecretaris Teeven nu zo snel mogelijk de eerdere uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten uitvoert: ''Mensen die hier asiel zoeken moeten in elk geval bed, bad en brood krijgen. Dat is wel het minste dat je mensen die huis en haard ontvlucht zijn moet bieden", zo stelt Voortman.

Zeldzaam

Het gebeurt zelden dat een rechter een asielzoeker niet naar een ander lidstaat van de Europese Unie laat sturen omdat asielzoekers het daar te slecht zouden hebben.

In 2011 bepaalde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat lidstaten geen asielzoekers meer naar Griekenland mogen sturen. Daar bestaat namelijk de kans dat zij onmenselijk en vernederend worden behandeld. 

De Verenigde Naties riepen begin dit jaar op om geen asielzoekers terug te sturen naar Bulgarije. Dat land kan de instroom van Syriërs amper aan en de opvang is er gebrekkig.