Thailand is al bijna tien jaar het toneel van politieke onrust. Geelhemden en roodhemden voeren een voortdurende strijd om de macht. 

Geel staat voor de middenklasse en elite, rood voor de enorme groep armen, voornamelijk boeren. De rivaliteit heeft geleid tot veel militaire coups. Sinds 1932 zijn er achttien machtsgrepen geweest, waarvan er zeven mislukten.

De laatste coup was in 2006, toen premier Thaksin Shinawatra werd afgezet. Hij is een vertegenwoordiger van de roodhemden, net als Yingluk Shinawatra, die zich volgens het constitutionele hof schuldig heeft gemaakt aan machtsmisbruik en daarom moet aftreden. 

Bij het vergaren en behouden van de macht hoort in Thailand ook vriendjespolitiek. De nu veroordeelde premier Shinawatra maakte zich daar onder meer schuldig aan door het hoofd van de Nationale Veiligheidsraad een andere baan te geven ten gunste van een familielid. De verwachting is dat haar aanhangers opnieuw de straat zullen opgaan en de onrust weer zal toenemen. 

Economie

Economisch gaat het al lang niet meer zo goed als in de succesvolle decennia aan het einde van de vorige eeuw. De arme bevolking heeft overigens nauwelijks van die gouden periode geprofiteerd, waardoor de inkomensongelijkheid nog altijd veel groter is dan in de negen omringende landen.

Dat is een belangrijke oorzaak van de niet aflatende onrust, die zich voornamelijk afspeelt in de grote steden, Bangkok voorop. Met enige regelmaat wordt daar de noodtoestand uitgeroepen en tijdens demonstraties zijn meerdere doden gevallen. Verkiezingen zijn eerder ongeldig verklaard en de premier heeft de stad meerdere malen moeten ontvluchten. 

Minder in het oog springend, maar daarom niet minder gevaarlijk, is het conflict in het zuiden. De kleine Thaise minderheid daar, hoofdzakelijk boeddhist, is veel succesvoller dan de miljoen arme moslims, vooral rijstboeren en rubbertappers.

Militante moslims die zich het Moslim Leger noemen strijden al jaren voor onafhankelijkheid. Dat gebeurt soms met bom- en moordaanslagen, waarbij al duizenden mensen zijn omgekomen.

Bovenlaag

Maar ook de bovenlaag van de bevolking, die in de steden woont en het nog altijd goed heeft, is ontevreden. Die bevolkingsgroep heeft het land met de steun van het leger decennia bestuurd en de rechterlijke macht gedomineerd. 

Tijdens het bewind van 'roodhemd' Thaksin Shinawatra hebben de boeren het begin deze eeuw iets beter gekregen, onder meer omdat hun schulden werden kwijtgescholden. Dat heeft ervoor gezorgd dat wat de elite de 'Shinawatra-clan' noemt steeds de verkiezingen won. Dat is voor hen een bedreiging.

Beide kampen lijden onder de verslechterde economie. Het toerisme stortte na de tsunami van 2004 in, waardoor het land bijna failliet ging. De sector is er goeddeels bovenop gekomen, maar verder staat het land er niet florissant voor, vooral omdat de export naar Europa en China sterk is teruggelopen.