Het Openbaar Ministerie in Frankrijk heeft dinsdag celstraffen tot drie jaar geëist wegens de ernstige mishandeling van Wilfred de Bruijn. 

De Nederlander plaatste de dag nadat hij was afgetuigd foto's van zijn zwaargehavende gezicht op zijn Facebookpagina met de tekst ''zo ziet homofobie eruit''. Hij trok daarmee internationaal de aandacht en gaf een gezicht aan de homohaat in Frankrijk.

Hoofdverdachte Redouane K.(29) moet wat betreft het Openbaar Ministerie veroordeeld worden tot drie jaar cel waarvan een jaar voorwaardelijk. Hij had De Bruijn tegen het hoofd geschopt.

Een tweede verdachte, Abdelmalik M. (19) moet 2,5 jaar de cel waarvan een jaar voorwaardelijk. Een derde man die niets deed om de mishandeling te stoppen moet wat justitie betreft achttien maanden de cel in, waarvan zes voorwaardelijk.

Onder invloed

De verdachten voeren aan dat ze onder invloed van alcohol verkeerden ten tijde van het misdrijf en zeggen beiden niet meer dan een klap te hebben uitgedeeld.

Voor de officier van Justitie is het echter duidelijk dat homofobie het motief is geweest. De gedaagden ontkennen ten stelligste dat ze iets tegen homo's zouden hebben. Ze sloegen ''zomaar'' en niet meer dan één keer. Homohaat geldt in Frankrijk als een verzwarende omstandigheid bij mishandeling.

Demonstraties

De Bruijn, bibliothecaris in Parijs, werd in april 2013 in elkaar geslagen toen hij met zijn vriend Olivier van een feestje kwam. De volgende ochtend kwam hij op het idee zichzelf te laten zien op Facebook. ''Sorry dat ik dit laat zien, maar zo ziet homohaat eruit", schreef hij.

Een succesvolle actie omdat het beeld vele media haalde. Zijn portret werd ook meegedragen in demonstraties voor het homohuwelijk, die toen werden gehouden. Het homohuwelijk is er inmiddels wettelijk toegestaan.

'Indrukwekkend'

De Bruijn en Olivier zaten dinsdag in de rechtszaal en luisterden ingespannen naar de woorden van het Openbaar Ministerie en de advocaten van de verdediging. ''Er spoken allerlei gevoelens en gedachten door mijn hoofd'', zei De Bruijn. 

Hij zei de zitting indrukwekkend te vinden. ''Ik voel me boos en verdrietig. Ik hoop alleen maar dat ik straks weer onbezorgd op een terras kan zitten waar ik van deze mooie stad kan genieten. Het geeft in ieder geval veel voldoening te weten dat wat zij hebben gedaan niet zonder gevolgen blijft. En dat geldt niet alleen voor de daders, maar voor iedereen, want dit moet een waarschuwing zijn.''

De Bruijn en Couderc werden eerder met zijn vier belagers geconfronteerd in het kader van het onderzoek en zij zagen hen daarna tijdens een eerste zitting. ''Voor mij zijn het onderkruipers. Gelukkig ga ik niet over de strafmaat, dat is aan de rechter'', aldus De Bruijn.