De Duitse kunstverzamelaar Cornelius Gurlitt is op 81-jarige leeftijd overleden. Hij was al lange tijd ernstig ziek. 

Gurlitt erfde 1.500 kunstwerken van zijn vader, waaronder schilderijen van Monet, Chagall, Matisse en Picasso. De collectie, met een waarde van honderden miljoenen euro's, werd in 2011 ontdekt tijdens een onderzoek naar belastingontduiking. 

De vader van Gurlitt, Hildebrand, was door de nazi's werden aangesteld om kunstwerken van Joodse families te confisqueren, of goedkoop over te nemen. 

In maart gaf Gurlitt aan dat hij alle door de nazi's van Joden geroofde kunstwerken wilde teruggeven. Gurlitt zou als eerste kunstwerk een schilderij van Matisse willen teruggeven.

De overeenkomst met de nabestaanden van de Parijse kunstverzamelaar Paul Rosenberg over het doek Femme assise (Zittende vrouw) zou binnenkort worden gesloten.

Eigendom

In november 2013 zei Gurlitt nog absoluut niet van plan te zijn om de kunstwerken terug te geven. Hij liet toen in een interview met het blad Der Spiegel weten dat hij de werken ziet als zijn rechtmatige eigendom.

''Er is niets in mijn leven waar ik meer van heb gehouden dan van mijn schilderijen", zei hij.

Onderzoek

Na de dood van de kunstverzamelaar gaat het onderzoek naar de herkomst van zijn schilderijen door. Zijn erfgenamen zijn gebonden aan de overeenkomst die hij begin april met de regering in Berlijn en de deelstaat Beieren sloot.

Met het onderzoek kan onrecht dat de nazi's hebben gepleegd, worden verwerkt en kunnen slachtoffers van hun misdaden hun claims laten gelden, zei de Beierse minister van Justitie, Winfried Bausback, dinsdag nadat de dood van de verzamelaar bekend was geworden.

In de overeenkomst zegde Gurlitt niet alleen toe zijn kunstschilderijen door experts te laten onderzoeken, maar ook werken die de nazi's hebben geroofd, aan de rechtmatige eigenaren terug te geven. Daarop hief het Openbaar Ministerie in Augsburg het beslag op de kunstwerken op.