In en rond de verdeelde Syrische metropool Aleppo wordt opnieuw hevig gevochten. Een raketaanval op een regeringsgezinde wijk kostte maandag negen mensen het leven. 

Bij gevechten in twee dorpen sneuvelden minstens 21 rebellen en meerdere regeringsmilitairen, meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten.

Aleppo, de grootste stad en het economische hart van Syrië, is al bijna twee jaar het toneel van een bloedige stadsoorlog. De opstandelingen die de strijd hebben aangebonden met president Bashar Assad veroverden aanvankelijk grote delen van de miljoenenstad, maar zijn teruggeslagen door het regeringsleger.

De troepen van Assad bestoken rebelse wijken onophoudelijk met onder meer de beruchte vatbommen. De rebellen laten zich ook niet onbetuigd en beschieten stadsdelen, steden en dorpen die loyaal zijn aan de regering met mortieren en zelfgemaakte raketten. Ook voor bomaanslagen schrikken sommige opstandelingen niet terug.

Vrouwen en kinderen

De raketaanval van maandagochtend trof de Assad-getrouwe wijk Ashrafiyeh toen het nog donker was, bericht staatspersbureau SANA. Vooral vrouwen en kinderen werden het slachtoffer.

Het leger bombardeerde drie stadswijken die in handen zijn van de rebellen. In de wijk Masaken Hanano kwamen minstens twee mensen om.

De krijgsmacht raakte diezelfde nacht slaags met radicaalislamitische rebellen rond twee door hen bezette dorpen in de provincie waarvan Aleppo de hoofdstad is. Strijders van onder meer het Nusrafront verloren 21 man, maar brachten ook de regeringstroepen verliezen toe. Ongeveer dertig militairen lieten volgens het Observatorium het leven of liepen verwondingen op.

Chronologie van de Syrische burgeroorlog l Dossier Syrië