Het gevaar bestaat dat het geweld in Zuid-Sudan uitmondt in genocide. Dat heeft een speciaal adviseur van de Verenigde Naties vrijdag gezegd tegen de Veiligheidsraad.

In Zuid-Sudan woedt een bloedige strijd tussen de stammen van president Salva Kiir en ex-vicepresident Riek Machar.

Duizenden mensen zijn de afgelopen maanden om het leven gekomen door het geweld. Meer dan een miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen.

''In de huidige situatie zien we elementen die we kunnen omschrijven als risicofactoren voor genocide en andere wreedheden'', zei Adama Dieng. Hij is de speciale adviseur ter voorkoming van genocide van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon.

Humanitaire hulp

De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Navi Pillay, waarschuwde eerder deze week voor hongersnood. Ongeveer 5 miljoen van de 8 miljoen inwoners hebben volgens haar humanitaire hulp nodig.

Pillay zegt dat de afgelopen maanden oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid zijn gepleegd in Zuid-Sudan.

Zo werden twee weken geleden honderden burgers vermoord in Bentiu. Daarna werd een VN-basis overvallen in Bor. Zeker vijftig mannen, vrouwen en kinderen die er een veilig heenkomen hadden gezocht, werden afgeslacht. Ook zijn er veel vrouwen en meisjes verkracht, soms door meerdere strijders. Het geweld wordt aangewakkerd door haatzaaiende toespraken.

Staatsgreep

President Kiir is van de Dinka-stam. In juli vorig jaar schoof hij vicepresident Riek Machar aan de kant. Machar behoort tot de rivaliserende Nuer-stam. In december braken de gevechten tussen de twee stammen uit. Kiir beschuldigde Machar van het voorbereiden van een staatsgreep. Vrijdag gaf de president aan dat hij bereid is zijn rivaal te ontmoeten. Of ook Machar dat wil, is niet bekend.

De Amerikaanse minister John Kerry (Buitenlandse Zaken) was vrijdag in Zuid-Sudan. Hij sprak 1,5 uur lang met Kiir.

Zuid-Sudan is het jongste land ter wereld. Het christelijke gebied scheidde zich in 2011 af van het islamitische Sudan, na decennia van burgeroorlog. De VN hebben een missie in Zuid-Sudan, Unmiss. Daaraan doen ongeveer 30 Nederlandse militairen en politiemensen mee.