De Nederlandse bijdrage aan de VN-vredesmissie in Mali is bijna compleet. Het tijdelijke legerkamp in de noordoostelijke stad Gao is vrijdag overgedragen aan de Nederlandse hoofdmacht.

Er zijn inmiddels ongeveer driehonderd Nederlanders in Gao, zei een woordvoerster van Defensie vrijdag. Genisten hebben kamp Castor, dat onderdeel wordt van een groter VN-kamp, in de afgelopen vier maanden opgebouwd.

De Nederlanders slapen de komende tijd nog in tenten. Een nieuwe genieploeg gaat een permanent kamp bouwen met slaapcontainers, een eetzaal en een platform voor helikopters. De containers moeten de militairen beschermen tegen mogelijke beschietingen.

De Nederlandse ambassadeur in Mali en vertegenwoordigers van andere missie-eenheden woonden de commando-overdracht bij.

Weinig geluk

De opbouw van het kamp verliep niet zonder slag of stoot. ''We hadden de eerste periode weinig geluk'', zei de commandant van de opbouwploeg, luitenant-kolonel Marc Huiskes.

De aanvoer van spullen duurde lang. Ook kregen de opbouwers te maken met verouderd lokaal materiaal en waren de werkomstandigheden zwaar. De temperatuur liep geregeld op tot 50 graden en de Nederlanders moesten eerst lateriet uit een groeve in de buurt delven om de ondergrond van het kamp te kunnen verharden, aldus Defensie.

''Maar jullie bleven optimistisch en dachten in oplossingen'', zei Huiskes. Met een symbolische sleutel droeg hij het kamp over aan ranggenoot Nicole de Wolf. ''Jullie hebben logistieke wonderen verricht'', zei ze.

In totaal zullen er circa 450 Nederlanders aan de missie in Mali meedoen. Onder hen zijn commando's, informatieanalisten, piloten van vier Apache-gevechtshelikopters en veel ondersteunend personeel. Later dit jaar beschikken de Nederlanders ook over drie Chinook-transporthelikopters.

De Nederlandse missie duurt in elk geval tot eind volgend jaar.

Zes dingen die u moet weten over de Nederlandse Mali-missie | Dossier Mali