Ondanks aanslagen door terroristen hebben veel inwoners van Irak woensdag hun stem uitgebracht bij de eerste verkiezingen sinds het vertrek van het Amerikaanse leger in 2011. 

Aan het eind van de middag registreerde de nationale kiesraad een opkomst van ongeveer 40 procent. Door onder meer twee zelfmoordaanslagen hadden tot dan toe 24 kiezers het leven gelaten.

Volgens waarnemers liep de opkomst uiteen per regio. In conflictgebieden ten noorden van de hoofdstad Bagdad en in het vooral door soennieten bewoonde westen van het land bleven kiezers weg.

In Bagdad en de zuidelijke provincies met veel sjiitische moslims waren volgens de waarnemers de stembureaus beter beveiligd en kwamen meer stemmers.

Volgens de autoriteiten zijn door geweld en schermutselingen 39 van de 8075 stembureaus niet opengegaan.

Premier

De zittende premier Nuri al-Maliki bracht zijn stem uit in de goed beveiligde Groene Zone in Bagdad. Hij wordt vrijwel zeker de winnaar van de stembusgang. ''Onze overwinning is zeker'', meende hij zelf ook. ''En we willen een coalitie vormen met iedereen die Irak verenigen wil.''

Maliki is sinds 2006 eerste minister en gaat voor een derde termijn. Hij wordt daarbij geholpen door de soennitische minderheid in het land, waarvan de vroegere dictator Saddam Hoessein ook deel uitmaakte. Veel soennieten boycotten de verkiezingen namelijk.

Irak maakt zich op voor zware verkiezingen

Achtergrond: Irak tien jaar na Saddam Hoessein