De leiders van Zuid-Sudan hebben het Afrikaanse land met hun persoonlijke rivaliteit en de stammenstrijd die zij hebben ontketend, aan de rand van een ramp gebracht. Er dreigt hongersnood. 

Ongeveer 5 miljoen van de 8 miljoen inwoners hebben al humanitaire hulp nodig. Dit heeft de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Navi Pillay, woensdag gezegd tijdens een persconferentie in de hoofdstad Juba.

De Zuid-Afrikaanse juriste heeft de afgelopen dagen gesproken met president Salva Kiir van de Dinka-stam en ex-vicepresident Riek Machar van de Nuer-stam.

De twee kemphanen hebben hun stammen sinds december in een bloedige strijd verwikkeld die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost in het jongste land ter wereld. Zuid-Sudan werd in 2011 onafhankelijk van Sudan, na decennia van burgeroorlog.

Misdaden

Volgens Pillay, oud-rechter aan het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, zijn er de afgelopen maanden oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid gepleegd in Zuid-Sudan. Zo zijn twee weken geleden in Bentiu honderden burgers vermoord. In Bor werd daarop een VN-basis overvallen.

Zeker 50 mannen, vrouwen en kinderen die er een veilig heenkomen hadden gezocht, werden afgeslacht. Ook zijn er veel vrouwen en meisjes verkracht, soms door meerdere strijders.

Het geweld wordt aangewakkerd door haatzaaiende redevoeringen. Pillay werd op haar reis begeleid door Adama Dieng, de speciale adviseur ter voorkoming van genocide van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon.

De VN-Veiligheidsraad besloot in december om Unmiss, de VN-missie in Zuid-Sudan, te versterken van 7.700 tot 13.200 man. Pillay heeft kritiek op het feit dat nog niet eens twee derde van de sterkte bijeen is gebracht door de troepenleverende staten. Aan Unmiss doen circa dertig Nederlandse militairen en politiemensen mee.