Vier schepen zijn zaterdag uit de haven van de Noord-Japanse stad Ishinomaki vertrokken om voor de Japanse kust en elders in het noordwesten van de Stille Oceaan op walvissen te jagen. 

Zij mogen maximaal 51 dwergvinvissen vangen. Dat is 15 procent minder dan tot nu toe gebruikelijk was, aldus het Japanse persbureau Kyodo.

Het ministerie van Landbouw en Visserij in Tokio had vorige week al bekendgemaakt dat de jaarlijkse walvisvangst eind deze maand zou beginnen.

De jacht gebeurt ondanks een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag vorige maand. De hoogste VN-rechters in het Vredespaleis oordeelden dat de Japanse walvisjacht in het Zuidpoolgebied illegaal is. De bindende uitspraak, waaraan Japan zich houdt, heeft formeel geen betrekking op het noorden van de Stille Oceaan, waar de vier schepen gaan jagen.

Onderzoek

Volgens de regering in Tokio zal de eerste fase van de walvisvangst tot 11 juni duren. Zij herhaalde dat de dieren alleen voor wetenschappelijk onderzoek worden gevangen.

Critici zeggen dat dat onzin is en dat de walvissen gewoon worden opgegeten. Het Internationaal Gerechtshof vindt dat de Japanners te veel walvissen vangen en de gegevens niet genoeg evalueren om het argument van wetenschappelijk onderzoek geloofwaardig te laten zijn.