De stroom jihadgangers uit Nederland naar Syrië en andere landen in het Midden-Oosten baart de AIVD zorgen. Ook omringende landen kampen met het probleem van vaak geradicaliseerde moslims die elders gaan vechten.

Een overzicht:

België: De Belgische regering hamert op een Europese aanpak van de jihadisten. België met zijn grote aantallen Noord-Afrikaanse immigranten geldt als een van de belangrijkste 'leveranciers' van zogenoemde Syriëstrijders.

Het zou om zeker tweehonderd personen gaan. De regering in Brussel vindt dat er meer informatie moet worden uitgewisseld. Ook moet er tegengas worden gegeven aan radicale websites die tot geweld oproepen. België pleit ook voor gemeenschappelijke maatregelen om het ronselen en de radicalisering van de meestal jongere mannen te voorkomen.

Frankrijk: De regering in Parijs boog zich woensdag over nieuwe maatregelen tegen het fenomeen jihadgangers, zoals een meldpunt, 'cybersurveillance', reisbelemmmeringen en het bevriezen van tegoeden.

Tot nu toe zijn naar schatting vijfhonderd personen uit Frankrijk vertrokken om in Syrië te vechten. Volgens de Franse geheime dienst zijn er ongeveer twintig Franse jihadstrijders omgekomen. De diensten vrezen dat jihadisten na terugkeer zouden kunnen overgaan tot terreuraanslagen in Frankrijk.

Duitsland: De Duitse geheime dienst BfV waarschuwde in februari voor het risico van aanslagen door ongeveer twaalf Syriëgangers die ''geradicaliseerd en door oorlog gehard'' naar Duitsland zijn teruggekeerd. Concrete plannen zijn tot nu toe niet ontdekt.

Afgelopen herfst meldde de BfV in een geheim maar uitgelekt bericht dat in een 'German Camp' in Syrië zo'n tweehonderd radicale moslims uit Duitsland zouden worden getraind. Acht jihadgangers uit Duitsland zouden in Syrië zijn omgekomen. Het aantal radicale salafisten in Duitsland wordt geschat op ongeveer 5.500.