Premier Recep Tayyip Erdogan heeft woensdag in een onverwachte verklaring namens Turkije zijn leedwezen betuigd met de nakomelingen van Armeniërs die hun leven verloren in de deportatie en massamoorden aan het begin van de vorige eeuw.

Op 24 april 1915, in de nadagen van het Ottomaanse rijk, begonnen de deportaties en latere moorden die ongeveer twee jaar duurden en vele Armeniërs het leven kostte.

Armeniërs spreken over genocide en eisen al decennia dat Turkije dat erkent. Maar Erdogan gebruikte in zijn verklaring dat woord niet. Hij sprak van een ''gezamenlijke pijn'' die door de Eerste Wereldoorlog was ontstaan.

De Armeense massamoord kwam op 24 april 1915 op gang met de arrestaties van leden van de Armeense elite in het toenmalige Constantinopel, het huidige Istanbul. Het Ottomaanse regime beval vervolgens alle Armeniërs te deporteren naar de provincie Syrië, toen een deel van het Ottomaanse rijk. Daarna kwam een massaslachting op gang onder mensen die op weg gingen en ook Armeniërs in hun woonplaatsen.

Slachtoffers

De schattingen van het aantal slachtoffers lopen sterk uiteen. Turkije houdt het op 200.000 tot 500.000 slachtoffers, Armeniërs spreken van 600.000 tot 1,5 miljoen doden.

Turkije erkent de genocide officieel niet en spreekt liever van de Armeense kwestie. Maar diverse internationale organisaties en landen, waaronder Nederland sinds 2004, hebben de massamoord wel als genocide erkend.